Liederen prediking

Terug naar zangbundel

Diverse liederen zijn te beluisteren als aan de rechterkant een staat. 
In de liedtekst kan je dit afspelen.

     
043 Al is eng ook de poort  
044 Als de Heiland zal verschijnen
045 ‘k Buig mij vol aanbidding neder  
046 De bruigom komt!  
047 De heer is mijn herder  
048 De liefde des Vaders  
049 De rotsgrond”geloof en vertrouwen”  
050 Een dagwerk voor de Heiland
051 Een getrouwe vriend te hebben  
052 Een hart en ene ziel voorwaar  
053 Een liefdebron,zo wonderbaar  
054 Ene gouden wandelstaf  
055 Ene vriend heb ik gevonden  
056 Ernstig dringt een grote vraag toch
057 Ga mij niet voorbij,o Heiland
058 Geef mij meer van uwe geest,Heer  
059 God gaf een trouwe helper mij  
060 God is liefde
061 Grote Immanuel  
062 Heiland Jezus, goede herder  
063 ’s Heren liefde is oneindig  
064 Het woord des Heren klinkt opnieuw  
065 Het zij mijn lust, om daar te zijn  
066 Hoe zalig, hoe heerlijk, o Jezus
067 Hoe zalig is ’t mij hier te zijn  
068 Hoort, de wachters van Sion  
069 Houd uw uitverkiezing hoog  
070 Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken  
071 Ik bouw op de Heer  
072 Ik heb een Vader  
073 Ik heb u lief, mijn Jezus, trouwe Heer  
074 Ik ken een schone edelsteen  
075 Ik ken hier op aarde een heerlijke stroom
076 Ik weet een heerlijk doel
077 Ik weet een rijk waar Jezus troont
078 Ik weet ene bronne  
079 Ik wil streven
080 In de rotskloof als geborgen  
081 In gemeenschap met mijn Jezus  
082 In Jezus armen rust gij zacht
083 In stille trouw wil ik U dienen  
084 ’t Is, Heer, uw werk
085 Is Jezus in uw hart geboren nu?  
086 Ja, mijns levens grootste vreugde  
087 Ja, o Heiland, troost en raad  
088 Ja, slechts een wens
089 Ja, verzek’ring van ’t eeuwig leven  
090 Jezus mijn vriend
091 Jezus trouwe voert wie willen  
092 Kent gij het land?  
093 Kleine waterdrupp’len
094 Kom in mijn hart  
095 Krachtig bouwt de heer  
096 Laat ons Sions lied’ren zingen  
097 ’t Lichtend spoor van onze Heiland  
098 Licht na het donker
099 Lieve vader, sterk mij, zwakke
100 Machtige stromen van zegen  
101 Meen’ge ziel bezwijkt van droefheid  
102 Met uwe hulp alleen
103 Midd’laar Jezus  
104 Mijn vader, uwe wil
105 Naar ’t Vaderhuis
106 Naar ’t Vaderland  
107 Nader mijn God bij U
108 Neem Jezus in uw vaartuig op
109 Neem mij aan, o Heiland Jezus  
110 Nog is `t de tijd  
111 Niet om gediend te worden  
112 O, dat gij mocht bekennen  
113 O, eerst’lingskind, waardeer
114 Of stormen al loeien
115 O, Godgewijde eerst’lingsschaar  
116 O, heer, ik zou graag stille zijn  
117 O heer, maak mij gelijker  
118 O liefde, gouden zonneschijn
119 Om aardse rijkdom bid ik niet
120 O mijn ziel, wees toch bereid!  
121 O, mijn ziel, wil u verblijden  
122 Ons hart verheugt zich  
123 O, wil toch van het levenswoord  
124 O zalig ’t huis, waar gij kunt binnentreden
125 Reeds een dag in Gods gemeenschap
126 Reikt elkaar de hand ten bonde  
127 Rijke beloften
128 Rust, mijn ziel, uw God is koning  
129 Slechts vertrouwen elke dag  
130 Smal is ’t pad, waar, o eerst’ling  
131 Tot de berg der heerlijkheden
132 Trouw en vast aaneengesloten
133 U behoor ik, Heer  
134 U behoort geheel mijn leven  
135 U bid ik aan, o macht der liefde
136 U wil ik dienen, trouwe God  
137 Vaak strooit g’ uw zaad
138 `s Vaders liefd` en mededogen  
139 Vader, ’t is Uw welbehagen  
140 Van Sions hoogte klinkt een wet  
141 Van U zijn alle dingen  
142 Vol beproeving is het leven  
143 Vol van eindeloze liefde  
144 Vrede, Godes vrede
145 Waakt, kinderen Gods  
146 Waakt op, gij matte, droeve zielen  
147 Waar apost`len staan
148 Waar God ons leidt  
149 Waar vind ik Jezus
150 Waterstromen zal ik gieten  
151 Wat God doet, dat is welgedaan
152 Wat kost’lijk levend water
153 Wat zoete troost wacht ons  
154 Welk een stroom van reine liefde
155 Welk een vreugde schenkt het mij  
156 Welk een vriend is onze Jezus
157 Wie maar de goede God laat zorgen
158 Wie overwint  
159 Woord, dat Jezus d’ apost’len gaf  
160 Wordt verlicht  
161 Zalig te weten: ik ben Gods kind!
162 Ziet, hoe Daniël in Babel toevend  
163 Zoals de glanzende sterren verbleken
164 Zo gij mijn beide handen neemt  
165 Zijt gij een christen naar de naam slechts?