Voor Hemelvaartsdag – 30 mei

Voor Hemelvaartsdag, donderdag 30 mei 2019
Jezus’ gebed voor ons! Johannes 17:20-26
20Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in Mij geloven. 21Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden. 22Ik heb hen laten delen in de grootheid die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals Wij: 23Ik in hen en U in Mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat U Mij hebt gezonden, en dat U hen liefhad zoals U Mij liefhad.

24Vader, U hebt hen aan Mij geschonken, laat hen dan zijn waar Ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die U Mij gegeven hebt omdat U Mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. 25Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en zij weten dat U Mij hebt gezonden. 26Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal Ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U Mij liefhad in hen zal zijn en Ik in hen.’

Kerngedachte: Christus draagt de hele wereld mee in zijn hart. Hij wil haar met allen, die God in Jezus Christus liefhebben, tot het geloof voeren. Als wij die liefde bezitten, bidt Hij het hogepriesterlijke gebed voor ons en ons één-zijn. Onze Heer, de Zoon van God, die mens werd, is door God verhoogd en boven alles gezet. Dat is de vreugde, de kracht en de opdracht, die God geeft!De profetie was allereerst bestemd voor het uitverkoren volk Israëls. Maar door het falen van de profeet bij zijn volk krijgen de heidenen pas de kans God te leren kennen als heil voor de hele wereld.

Lieve zusters en broeders,

De volgende gedachten kwamen bij mij boven, bij het lezen van het Bijbelwoord:

  1. In dit hogepriesterlijke gebed bidt de Zoon van God tot zijn Vader, de Almachtige. Hier bidt degene, die de Vader op Hemelvaartsdag zo’n 2000 jaar geleden, verhoogd heeft en boven alles heeft gezet. Daarom heb ik alle reden te mogen aannemen, dat dit gebed de Vader bereikt en niet leeg terugkomt.
  2. Hier staat de eenheid van Vader en Zoon als voorbeeld op de voorgrond. De Zoon, die mens werd, geleden heeft en gestorven is en tot het extreme is getergd. “Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?” (Matteüs 27:46). Vader en Zoon zijn en blijven één en zijn niet van elkaar te scheiden.
  3. Eén zijn: wij wensen vast en zeker allemaal, dat er meer eenheid onder de christenen komt en natuurlijk in het bijzonder in onze gemeentes. Hier neemt het individualisme van de eenling een loopje met ons.

Christus bidt voor ‘één-zijn’. Voor Vader en Zoon is er maar één waarheid, één liefde tot de mens en de schepping, één weg die God en de mens weer één kan laten worden. Het geloof in deze ene God, die ene waarheid en die ene offerdood van Jezus Christus. Hij, Jezus Christus, bidt voor het één-zijn van degenen, die door het woord van zijn volgelingen in Hem geloven. Dat zijn door God begaafde en gezegende mensen, die in de vreugde van het kindschap Gods de verantwoordelijkheid voor de wereld op zich genomen hebben, opdat de wereld gelooft, dat Jezus Christus Gods Zoon is.

Als wij ons tot deze gezegenden van de Heer rekenen en zijn liefde ernstig nemen als opdracht voor de wereld, mogen wij er ook op rekenen, dat we één zijn met de Vader en de Zoon en daarmee ook onder elkaar één doel en één hoop hebben: God wil met ons zijn doel bereiken.

  1. Christus bidt eerst voor zijn schare volgelingen en breidt dan – zoals in een zich naar boven openende spiraal – in het gegeven woord de kring uit tot degenen, die door het woord van zijn volgelingen in Hem geloven en tot degenen, die weer door hun woord in Hem geloven en tot degenen… Een hoopvolle spiraal, die de Zoon van God open ziet tot op de dag van vandaag en verder tot de wereld volmaakt is.

Hij bidt daarbij ook voor de toekomst en wij mogen er van uitgaan, dat alles voor Hem open ligt. Wij staan in het heden en hebben vast en zeker een beperkt oogpunt. Maar we zien, dat die ene liefde in de gemeente een hoge eis betekent, die alleen God vervullen en geven kan. Laat ons daarom bidden, dat we in die liefde blijven. Laat ons voor broeders en zusters bidden, vooral voor hen, die verantwoordelijkheid hebben te dragen. Dat wij en zij, eenvoudigweg allen, gedragen worden door de liefde van God en de leiding van zijn Heilige Geest ervaren en daarmee voor dat ene doel staan, dat God met ons bereiken wil: de redding van de mens. Moge God ons daarvoor kracht, geloof, geduld en draagkracht geven.

  1. Lucas 24:52: “Ze brachten Hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem”. Mensen, christenen, die hun Heer in de hemel weten, zijn blijde mensen. Misschien verliezen we dat wel eens onder de druk van onze lasten en door dingen, die weleens gebeuren in de gemeente, uit het oog. Maar: Christus is Koning, Hij leeft en is niet dood! Dat mag voor ons een zekerheid zijn en als wij één zijn in Hem en in God geldt dat ook voor ons!

De lieve God zegene uw en mijn dienst.

K. Büche