Woord van de week – 03-06-2018

Voor zondag 3 juni 2018
Profetie Jeremia 23:16-29
Kerngedachte: Bronnen van profetie en het herkennen van goddelijke boodschappen en hun uitwerkingen op een geslaagd leven. Of kort gezegd: werkelijk naar God luisteren en succes hebben.

Profetie is een mogelijkheid (de gemeente) belangrijke boodschappen door te geven. Zij dienen als waarschuwing of bemoediging. Een profetisch woord kan ook als bevestiging van de opdracht van een mens dienen, zoals dat klaarblijkelijk bij het inzetten van Timoteüs in de geestelijke dienst is gebeurd. Profetieën over gaven en sterke kanten van Timoteüs , die werden uitgesproken (1 Timoteüs 1:18) en hem als woorden van de Heer vast bemoedigd hebben in zijn gehele arbeid.

Jeremia, een door God geroepen profeet (Jeremia 1:4-10) werkte ongeveer gedurende de jaren 627-586 voor Christus. De profetieën richtten zich tot het zuidelijke rijk Juda en de hoofdstad Jeruzalem. Zij hadden tot doel het volk Gods op te roepen zich van zijn zonden af te wenden en zich weer tot God te wenden. Jeremia werkte onder de laatste vijf koningen van Juda, van Josia tot Sedekia. Het land gleed gestaag in de ondergang tot het in 586 voor Christus door de Babyloniërs werd veroverd en Jeruzalem werd vernietigd. Daarmee eindigt ook het werk van Jeremia.

Johannes de Doper gold als de laatste en belangrijkste profeet van Israël. Toen Jezus Christus de leerlingen vroeg voor wie de mensen Hem hielden, antwoordden zij, dat Hij onder andere als profeet werd gezien (Marcus 8:28). In 1 Korintiërs 12:28 worden het ambt van profeet en het profetische woord in samenhang met andere ambten en gaven genoemd, die als door God gegeven geestesgaven voor de opbouw van de gemeente dienen.

Daarmee is het ambt van profeet in het Oude Testament niet zonder meer met het profetische woord en de profetische opdracht in het Nieuwe Testament te vergelijken. Met Jezus Christus en de werking van de Heilige Geest heeft de profetie een nieuwe verschijningsvorm aangenomen.

De zender is Jezus Christus, de bemiddelaar de Heilige Geest en de verkondigers, de gevolmachtigden zijn begaafde apostolische (gezonden) en gemachtigde christenen.

Heeft daardoor het lange Bijbelwoord uit het boek Jeremia ons nu niets meer te zeggen?

Ik denk juist van wel, omdat het Gods woord is en blijft!

Laten wij dit eens aan de hand van de volgende indeling beschouwen:

  1. Bronnen van profetie;
  2. Herkennen van een valse profetie;
  3. Gevolgen van een valse profetie;
  4. Werkingen van goddelijke boodschappen.

Bronnen van profetie (Jeremia 23:16)

“…. Luister niet naar wat de profeten jullie verkondigen.”

Bron van een goddelijke boodschap kan alleen God zelf zijn. Daarom geldt de oproep: Luister (naar God) en niet naar uitspraken, die (meestal goed gemeend) uit het hart van mensen komen en niet uit de mond van de HEER.

De weg naar de bron, naar de plaats van de oorsprong, is noodzakelijk, als wij zuiver en niet met toevoegingen (verontreinigingen en eventueel vergif) vermengd water willen drinken. Dat betekent zeker niet domweg consumeren van wat wordt aangeboden, maar zich op de weg begeven, actief en daardoor bekwaam worden tot onderscheid.

De gemeente van Christus is daarvoor een geweldige hulp. In het gezamenlijk achterhalen en gebruiken van de verschillende gaven wil en zal de Heer zich openbaren.

Herkennen van een valse profetie (Jeremia 23:16-18)

“Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Luister niet naar wat de profeten jullie verkondigen. Ze geven jullie valse hoop. Hun visioenen zijn hun eigen verzinsels, ze komen niet van de HEER. Tegen hen die Mij minachten durven ze te zeggen: “De HEER zegt dat het jullie goed zal gaan.” En tegen ieder die zich door zijn koppige hart laat leiden zeggen ze: “Nee, onheil blijft je bespaard.” Wie het raadsbesluit van de HEER kreeg toevertrouwd, moet zijn woorden in zich opnemen en gehoorzamen. Wie goed naar zijn woorden geluisterd heeft, heeft ze ook begrepen.”

De kenmerken van herkenning worden duidelijk genoemd:

  1. Er wordt valse hoop gewekt;
  2. Visioenen (toekomstvoorspellingen), die uit eigen gevoel, ervaring en gedachten voortkomen, worden doorgegeven;
  3. De gevolgen van een leven van verachting van Gods woord worden niet benoemd, zodoende geldt: alles wordt voor iedereen goed, omdat de “lieve” God zich met alles en iedereen door Jezus heeft verzoend;
  4. De auteur (God), de bemiddelaar (Jezus Christus) en de toetser (de Heilige Geest) komen niet of slechts “verduisterd” voor.

Daarbij kan de geschiedenis van de drie zeven, die wordt toegeschreven aan Socrates, behulpzaam zijn.

Daarvan afgeleid gaat het erom de volgende drie vragen te beantwoorden:

  1. Is de boodschap van God waar?
  2. Komt zij voort uit de genade van God (is zij genadig?);
  3. Is zij in de geest van God van nut (nuttig)?

Hiervoor gelden enige essentiële voorwaarden:

  1. De toetsing aan de gehele getuigenis van de Heilige Schrift. Dat houdt onvermijdelijk in, dat men zich uitvoerig met het woord van God moet bezighouden;
  2. Gaat het om een werking van de Heilige Geest uit gebed en vragen naar de wil van God, of komt het voort uit onze eigen (wens)denkbeelden?

Wij willen leren valse profetieën in kerk en maatschappij te herkennen en te benoemen. Het toetsen van de uitspraken is een christenplicht! Niet aan de kaak stellen, maar aandacht geven, achterhalen en zo nodig rechtzetten.

De gevolgen van een valse profetie (Jeremia 23:19-21)

“De HEER zendt een woedende wind, een razende storm treft de verdorvenen. Zijn brandende toorn komt niet tot bedaren voor Hij zijn plan geheel heeft uitgevoerd. Eens zullen jullie dat ten volle begrijpen. Ik heb die profeten niet gezonden, toch rennen zij of zij mijn boden waren. Ik heb niet tot hen gesproken, toch spreken zij of zij profeten waren.“

De aanwezigheid van vervalste goddelijke boodschappen heeft zwaarwegende gevolgen. Dat laten ons de ervaringen in de families, gemeentes en in de maatschappij zien. Als hier over de toorn van de HEER wordt gesproken en het beeld van de storm, het onweer wordt geschetst, maakt dat duidelijk, dat de zelfgekozen en bewust voltrokken scheiding van God ons onbeschermd blootstelt aan de machten, die wij zelf gemaakt en opgeroepen hebben. Vrij naar de uitspraak van Goethes tovenaarsleerling: “Die ik riep, de geesten, raak ik nu niet kwijt.”

En – de tijd komt, dat duidelijk wordt ingezien wie wat heeft aangericht en wat juist geweest zou zijn. Er is dan slechts het ene besef : “Zonder God leidt het tot de duisternis.”

In Jeremia 23:22-28 worden Gods gedachten daarover indringend om- en beschreven:

“Hadden ze mijn raadsbesluit vernomen, dan hadden ze mijn volk mijn woorden laten horen, het opgeroepen zijn verdorven levenswandel op te geven, te breken met zijn kwalijke praktijken. Ben Ik alleen een God van dichtbij, ben Ik niet ook een God van ver? – spreekt de HEER. Als iemand zich verbergt, zou Ik hem dan niet zien? – spreekt de HEER. Ben Ik niet overal, in de hemel en op aarde? – spreekt de HEER. Ik heb gehoord wat voor leugens die profeten in mijn naam verkondigen. Ze roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!” Hoe lang nog zullen die leugenachtige profeten, die zichzelf een rad voor ogen draaien, doorgaan? Hoe lang zijn ze eropuit om met de dromen die ze elkaar vertellen mijn volk mijn naam te laten vergeten, zoals hun voorouders mijn naam door Baäl zijn vergeten? Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER.“

Werkingen van goddelijke boodschappen (Jeremia 23:29)

“Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.“

Het herkennen van een goddelijke boodschap betekent altijd boete en omkeer. Dat zijn de resultaten van het zich bezighouden met Gods woord in de dienst, tijdens het lezen van de Bijbel en in de dagelijkse praktijk. Zeer beeldend laat Jeremia ons de werking zien in Jeremia 23:29.

Volgens de algemene opinie zal het zich houden aan goddelijke boodschappen vergeefs zijn. Dat zien wij al bij Jeremia. “In de ogen van de Israëlieten was hij zonder succes. Maar in Gods ogen was hij één van de succesvolste mannen in de geschiedenis van de mensheid. Want God meet succes aan gehoorzaamheid en trouw. Moedig en volhardend verkondigde Jeremia Gods woord, hij week geen millimeter af van zijn roeping….. Wij hebben een grote verantwoordelijkheid, als wij het evangelie doorgeven, want de wijze waarop wij het verkondigen en voorleven, is medebepalend voor het al of niet aannemen hiervan door de mensen.” (Bron: Duitse Bijbel voor elke dag)

Of wij het nu willen toegeven of niet: wij zijn profeten – echte of valse. Laat God geven, dat het ons steeds beter lukt echte profeten te zijn.

G. Loose