Woord van de week – 1 december

Voor zondag 1 december 2019, 1e Advent
 

Een Adventskerk is zoals Johannes:

Zij is zich bewust van haar tijdelijke aard;

is slechts de wegwijzer, niet de weg. Johannes 1:19-28

Getuigenissen

19Dit is het getuigenis van Johannes. De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om hem te vragen: ‘Wie bent u?’ 20Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de Messias.’ 21Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’ Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’ ‘Bent u de profeet?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. 22‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan degenen die ons gestuurd hebben – wie zegt u zelf dat u bent?’ 23Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer,” zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’ 24De afgevaardigden die uit de kring van de farizeeën kwamen, 25vroegen verder: ‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent, en ook niet Elia of de profeet?’ 26‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u niet kent, 27Hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’ 28Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.

Kerngedachte: Johannes de Doper hoort bij de Advent. Hij is de wegwijzer, die wijst op de komende Messias en is daarin voor ons een voorbeeld: ook wij moeten getuigen zijn, net als hij.

“In de Adventtijd, die vandaag begint, worden wij zowel aan de menswording, de neerdaling van Jezus Christus van de hemel naar de aarde herinnerd, toen Hij kwam om de mensheid van zijn zonden en de eeuwige dood te verlossen en om zijn kerk te stichten als aan zijn wederkomst, als Hij zal komen om zijn kerk om zich heen te verzamelen en haar met zijn heerlijkheid te kronen. Deze beide gebeurtenissen horen bij elkaar, zij vormen het geweldige liefdesbesluit van God met de kerk, dat God door Jezus Christus uitvoert.” Zo begint een katholiek-apostolische homilie (preek) uit het jaar 1939, die ook ons Bijbelwoord van vandaag uit het evangelie van Johannes als basis heeft.

Wij weten, dat deze menswording van Jezus anders is gebeurd dan velen verwachtten. Er is echter geen verstoppertje gespeeld. Er was een doorslaggevende belangrijke getuige: Jochanan ben Zacharia. De westerse kerk noemt hem Johannes de Doper, in de oosterse kerk heet hij Johannes de Voorloper.

Hij was in Jeruzalem geen onbekende. Misschien kwam hij ook veel mensen, behorend tot de religieuze en politieke elite, als gevaarlijk voor. In ieder geval stuurde men een serieus te nemen delegatie naar hem.

De vragen zijn overigens volkomen begrijpelijk: Mozes had een grote profeet voorspeld?: “Ook al luisteren de volken in het land dat u in bezit zult nemen wel naar wolkenschouwers en waarzeggers, ú heeft de HEER, uw God, dat verboden. Hij zal in uw midden profeten laten opstaan, profeten zoals ik. Naar hen moet u luisteren.” (Deuteronomium18:14-15) Men wilde dus wel weten, of deze charismatische woestijnprediker Johannes deze profeet was.

Bovendien ging de profeet Maleachi er vanuit, dat de profeet Elia niet was gestorven. Integendeel, hij was immers met een wagen van vuur direct opgevaren naar God. Maleachi verwachtte daarom, dat Elia weer op aarde zou komen om de dag des Heren voor te bereiden (Maleachi 3:23). Vandaar de terechte vragen van de schriftgeleerden. Het mag ons merkwaardig voorkomen, maar deze vragen hingen in de lucht. Men heeft Johannes dus beslist serieus genomen.

Tot zover over de vragen – nu gaan we over naar de antwoorden: wezenlijk kenmerk van Johannes is zijn bescheidenheid. Hij ontkent eerst, dat hij een profeet is. Dat heeft de christenheid er niet van afgehouden in hem een grote profeet te zien, die de brug tussen het Oude en het Nieuwe Testament vormt.

Hier is hij echter bescheiden, wijst van zich af naar een ander. Hij is de wegwijzer en niet de weg. Dat over de weg zal Jezus later in hetzelfde evangelie over zichzelf zeggen. (Johannes 14:6)

En nu over de dag van vandaag. Het gaat bij de Advent immers nooit slechts om Kerstmis, maar ook om de verwachting van het komende rijk van God. Wegwijzers zijn daarom ook nu nodig. Deze dienst van het wijzen van de weg is nu echter niet meer de opgave van een enkele profeet, maar van de gehele christenheid. Johannes de Voorloper blijft voor de kerk – dus voor ons – daarin een heel doorslaggevend voorbeeld.

De kerk heeft immers zo enige hoofdtaken: gemeenschapsleven, het vieren van diensten en met de diaconie andere mensen helpen. Een heel centrale taak echter is het getuigenis. Daarbij gaat het erom de mensen het geloof uit te leggen en het hun authentiek voor te leven.

Wij moeten getuigen zijn: het licht op de berg. Als ons deze grote opdracht zorgen baart, kunnen wij tot onze verlichting beseffen, dat wij slechts de getuigen moeten zijn, niet de Verlosser zelf – zoals Johannes.

Waar mensen zich als verlossers hebben gezien, mondde dat gebruikelijk in een ramp of in overbelasting uit. Het voorbeeld van Johannes is ook een waarschuwing voor hoogmoed. Wij zijn slechts de getuigen.

Johannes heeft zich in ons Bijbelwoord als stem aangeduid – als de stem van een roepende in de woestijn. Enkele verzen eerder, in het begin, staat de proloog, de beroemde inleiding van dit evangelie. Deze poëtische tekst kiest als code voor Jezus het woord “woord”. Wij lezen dat tenminste zo. Precies zo is dat ook bij ons: wij moeten het goddelijke woord onze stem lenen – zoals Johannes. Want iedere gedoopte is een openlijk voor de bijeengekomen gemeente benoemde getuige van Christus.

Nu hoeven wij ons daarbij natuurlijk niet slaafs aan het voorbeeld van Johannes te houden. Zijn werk had een bepaalde achtergrond, die beslist verschilt van ons werk nu. Ook had hij een bepaalde persoonlijkheid, die toch erg kenmerkend blijft. Wij hebben echter nu helemaal geen mantel van kameelhaar nodig. De tijdgenoten is het al opgevallen, dat Jezus bijvoorbeeld zo heel anders was dan Johannes. Maar in een koor zijn immers vele stemmen – die dan hetzelfde “woord” zingen. Soms in variaties – dat mag dus ook bij de christenheid zo zijn. Doel bij het getuigenis is de helderheid en duidelijkheid net zoals de harmonie. Een veelstemmig getuigenis moet ook in deze Advent op de ene Heer wijzen.

D. Wollscheid