Woord van de week – 1 september

Voor zondag 1 september 2019
 

Eeuwigheid – eeuwig ver weg! Marcus 13:31-37

31Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 32Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader.

33Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. 34Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden. 35Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ’s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ’s morgens vroeg. 36Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt. 37Wat Ik tegen jullie zeg, zeg Ik tegen iedereen: wees waakzaam!’

Kerngedachte: Wie niet meer zo precies weet waarvoor hij gelooft en leeft, wordt slaperig en is niet waakzaam. De Heer komt zeker. De waarschuwing van Jezus Christus is actueler dan ooit.

De Heer komt met zekerheid, de eeuwigheid (het nieuwe Rijk) begint en niemand weet, wanneer dat gebeuren zal. Zo heeft Jezus het zelf verklaard en Hij voegde er aan toe, dat al het andere op aarde en in de hemel eerder zal vergaan dan één van zijn woorden.

Duidelijker kan het niet. Zo’n toezegging zou ons hoop, moed en aansporing moeten geven zo te leven als Jezus het van zijn volgelingen verwacht.

Ons probleem is het onnauwkeurige, vage tijdstip van vervulling, dat in het hele Bijbelwoord tot uitdrukking komt. Het zou nog tien jaar kunnen duren of nog eens duizend jaar, voordat de Heer komt. Verwachtten de oer-christenen nog dat het nabij zou zijn, tegenwoordig zijn we eerder in een stemming van ‘het zal wel nooit wat worden’. Slaperigheid treedt op en daardoor lijdt zowel onze persoonlijke waakzaamheid als ook de kerkelijke waakzaamheid in de gemeente daar enorm onder. De beleving van ons christelijke geloofsfundament, de verschijning van de Heiland op deze aarde, lijkt voor velen zo oneindig ver weg te zijn dat er geen directe verbinding met het hier en nu meer bestaat.

Toch zijn er actuele voorbeelden van ver in de toekomst liggende gebeurtenissen, die ons nu en hier al enorm beïnvloeden, hoewel ze pas over 10, 20 of 30 jaar relevant worden. Het pensioen is een ‘schoolvoorbeeld’ voor de waakzaamheid, die wij mensen ontwikkelen, als het gaat om datgene wat wij opgebouwd hebben. Als we gekort worden op ons geld, hetzij nu hetzij pas over twintig jaar, zijn we klaarwakker. Dan is het niet nodig, dat we eraan herinnerd worden dat we waakzaam moeten zijn, dat gebeurt geheel vanzelf.

Onze toekomst in God en Jezus Christus lijkt echter minder belangrijk voor ons te zijn. Wat zouden daarvan de redenen kunnen zijn?

  • Wij branden niet meer. Onze vreugde in de Heer staat op een laag pitje.
  • Er zijn steeds minder christenen om ons heen. De massa neemt het niet zo nauw met de navolging. Deze houding bevordert de onvoorwaardelijke navolging niet, maar wel de traagheid.
  • Sommige christenen vertrouwen op hun doop en op het zo af en toe bezoeken van een kerkdienst.
  • We vertrouwen niet meer op de almacht van de Heer bij zijn verschijning. De boze lijkt over de hele linie te overwinnen. Dus waarom zouden we nog waakzaam zijn?
  • De kennis over de omstandigheden voor en bij Jezus’ verschijning op deze aarde, de samenhang tussen de wegvoering van de uitverkorenen en de daarmee al beginnende vredestoestand voor de grote verdrukking en het duizendjarig Vredesrijk, is bij menig christen verloren gegaan.

Ontbreekt het hier en daar aan een vermanende prediking of aan duidelijke voorlichting over Gods toekomstige plan met ons mensen of vergeten we eenvoudigweg, dat niemand iets kan meenemen, als hij sterft?

Laten we het doel van ons geloof toch weer in het middelpunt stellen! Wij moeten als verloste en door Jezus duur geredde volgelingen weten waarvoor en waarom wij leven. Alles is vast al eens gezegd, maar niets ligt meer in onze menselijke natuur dan hetgeen we gehoord en meegemaakt hebben weer te vergeten of op zijn minst ons minder goed te herinneren. Laten we niet moe worden over de waakzaamheid te praten. Het gaat om ons leven, dat meer is dan een goed pensioen, een leven in eeuwigheid.

Een Duits gemeentelied heeft als refrein: “Wij zullen zijn als de dromers … als we voor Jezus staan” en in een Duits jeugdkoorlied staat: “Dat zal een verbazing geven, het hoofd wordt op hol gebracht … “. Dat zou een voorbereiding moeten zijn op een toekomstige wereld, waarop iedere christen zich mag verheugen. Hopelijk blijven we wakker, want slapend kan men zich niet verbazen.

Tenslotte wil ik nog opmerken, dat het waakzaam zijn voor de wederkomst beslist een heel alledaags karakter kan hebben. De Heer kan dagelijks in ons leven verschijnen: als een mens, die hulp nodig heeft, die wij voor de zoveelste maal moeten vergeven of zelfs als iemand, die met vragen leeft en nog geen christen is en die we kunnen uitnodigen in onze gemeente, die nog enige waakzame broeders en zusters heeft.

M. Rieder