Woord van de week – 14 april

Voor zondag 14 april 2019 (Palmzondag)
Nalopen of navolgen Johannes 12:12-19
Bekende scene, bekend verloop, ieder jaar op Palmzondag het thema. En toch steeds nieuw.

Bij het lezen van het Bijbelwoord werd ik herinnerd aan de intocht van David na zijn zegenrijke strijd tegen de Filistijnen en de terugkeer van de Ark des Verbonds in Jeruzalem (2 Samuël 6). Het scenario lijkt hetzelfde, het volk jubelt, strooit palmtakken. Oppervlakkig bekeken dus hetzelfde beeld.

Maar laten we eens iets nauwkeuriger kijken: met de terugkeer van David komt ook de Ark des Verbonds naar Jeruzalem terug. De Ark, het symbool van Gods aanwezigheid. Met de Ark des Verbonds verbinden de Israëlieten vele dingen, zoals Gods aanwezigheid, bescherming en bewaring, hulp, zijn woord, de wet. Daardoor kan men de reactie van het volk goed begrijpen. Dat was het belangrijkste.

Niet dat de overwinning van David niet gewaardeerd werd, ook hij werd toegejuicht. Maar David zelf toont ons waarom het werkelijk ging. Dansend trekt hij Jeruzalem binnen. Dansend voor de Ark des Verbonds (2 Samuël 6). Hij zelf wijst door zijn gedrag daarop, wat voor het volk eigenlijk belangrijk is: de terugkeer van de Ark des Verbonds bij het volk, daar waar die behoort te zijn. Er voltrekt zich iets. dat men zo beschrijven kan: God keert tot zijn volk terug.

En nu betreffende ons thema. De intocht van Jezus in Jeruzalem. Weer hetzelfde beeld. Gejubel over de nieuwe koning van de Joden. Gejubel over “Hij die komt in de naam van de Heer.” Zij kennen precies de beloften van de wet. Ze zijn over de wet en de profeten onderwezen. Zij kennen de bijbehorende Bijbelplaatsen. Ze zouden eigenlijk precies moeten weten waarom het hier werkelijk gaat. Dus, waarom jubelen ze dan eigenlijk?

Ze herinneren zich de opwekking van Lazarus enkele dagen tevoren, ze hebben gehoord over de wonderbaarlijke spijziging, daarom zijn ze er. Minder een gejubel over diegene, die het heil brengt, maar een gejubel voor iemand, die de natuurlijke behoeftes stilt. Daarom zijn ze daar. Ze lopen Hem “daarom” na.

En Jezus zelf? Hij neemt de huldiging zonder een spier te vertrekken aan. Weet Hij, dat deze zelfde mensen Hem enkele dagen later tegen een misdadiger zullen inruilen? Interesseert Hem dat niet? Ja, ik geloof, dat Hij weet hoe de mensen zullen beslissen. Maar onverschillig laat deze beslissing Hem niet. Zijn uitspraak “Hoe vaak heb Ik je kinderen niet bijeen willen brengen,… maar jullie hebben niet gewild”, spreekt duidelijke taal.

De Farizeeën hebben het juist ingeschat, wanneer ze zeggen: de hele wereld loopt achter Hem aan. Maar Jezus wil geen mensen, die alleen maar achter Hem aanlopen, maar navolgers, diegenen die niet slechts jubelen over zijn natuurlijke hulp, maar over het heil, dat Hij belooft en geeft. Niet slechts het heil op deze aarde, maar het heil in eeuwigheid. Dat is zijn aanbod aan ons.

Zo ontleen ik aan de Palmzondaggeschiedenis de volgende boodschap: Jezus roept ons op tot zijn navolging, zijn werkelijke navolging. Een navolging, die alle wereldlijke belangen te boven gaat!

J. Menzel