Woord van de week – 16 juni

Voor zondag 16 juni 2019
 

Aan Gods zegen is alles gelegen Hebreeën 13:20-21

20Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige Herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, 21u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge Hij in ons datgene tot stand brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Kerngedachte: Over alles wat we met het beste voornemen doen en uitvoeren, blijft God toch de Heer en de Gever van alle goede gaven. Hij legt ons iets in onze lege handen. Wij moeten het aannemen, beheren, vermeerderen en doorgeven.

Het is goed en correct, als we elkaar wederzijds respecteren en vriendelijk bejegenen. “Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.” (Romeinen 12:10) Wij moeten handelen, zoals we zelf graag behandeld willen worden. “Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.” (Lucas 6:31) Zo vertelt ons het woord van apostel Paulus en het gebod van onze Heer. Wij begrijpen het, respecteren het en handelen ernaar. Vooral als ons handelen begrepen en beantwoord wordt, kunnen we daar goed mee leven. Als echter al onze bezigheden, onze liefde en moeite niet erkend, begrepen of uitgebuit worden, zijn we verwonderd en teleurgesteld. Wij trekken ons achter een grens terug. Het argument, dat wij onszelf moeten beschermen, is zeker niet van de hand te wijzen. Door deze leefwijze blijven we met onze goede wil, onze mogelijkheden en onze logica alleen.

Het is heel anders, als het mensen betreft, met wie wij zeer nauwe banden hebben. Als we van hen houden, goed voor hen kunnen zijn en zij ons na aan het hart liggen. Het kunnen relaties zijn, die een leven lang in stand blijven. Soms gaan onze wegen voor een korte of langere tijd samen of kruisen zij zich alleen maar. Vaak zijn het de korte ontmoetingen en gesprekken, die indruk op ons maken, ons oprichten en sporen nalaten. Het is een oneindig mooi gevoel door vele goede wensen omringd te zijn. Dit alles voltrekt zich echter op het emotionele vlak. Want wie weet nou wat werkelijk goed voor ons is? Nog daargelaten het feit, dat wij het dan toch ook niet kunnen bewerkstelligen.

Tenslotte is God de Gever van alle goede gaven en in zijn zegen is alles, wat goed voor ons is, begrepen. De spreuk “aan Gods zegen is alles gelegen”, die weleens ingelijst in de woonkamer hangt en die we in ons hart dragen, omvat heel ons leven. Deze spreuk behelst ervaring, zekerheid en hoop tegelijk.

De schrijver van de brief aan de Hebreeën stelt, dat de gemeente, waarvoor deze brief is bestemd, al haar aandacht moet richten op wat zij gehoord heeft en plaatst ons allen, als wij dit woord aannemen, in een krachtstroom van goddelijke werken. Voor menselijke overwegingen en wensen is hier geen ruimte meer. De God van de vrede werkt tijdloos in ons leven. De macht van de zonde en ons verzaken is gebroken en overwonnen door het bloed van het eeuwige verbond.

Het is absoluut juist goede voornemens, doelen en visies te hebben. Wij zullen echter altijd, waar dan ook, op onze grenzen stuiten. Hebreeën 13:20 geeft ons een heel duidelijke oriëntatie: “(Moge de God van de vrede) u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge Hij in ons datgene tot stand brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.”

Wij moeten dus ons hele voornemen onder de wil en zegen van God stellen. Ik wens ons allen zo’n vertrouwen. Bijna als vanzelf zal dan de vreugde in het navolgen komen. Aan het einde van een brief of gesprek komen doorslaggevende, richtinggevende woorden voor. Het zijn woorden, die waarde hebben. Die waarde hebben ze ook dan, als we ons niet bewust zijn van de betekenis van de situatie.

J. Fischer