Woord van de week – 20 oktober

Voor zondag 20 oktober 2019
 

Medewerkers van God 1 Korintiërs 3:9-15

9Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker. U bent een bouwwerk van God. 10Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, 11want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. 12Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. 14Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. 15Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen.

Kerngedachte: Christus, het ware fundament, is een levende steen. Zijn leven valt allen ten deel die zich op Hem baseren. “.. en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn.” (I Petrus 2:5) “Vanuit Hem groeit het hele gebouw, steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan Hem, de Heer.” (Efeziërs 2:21) De stenen vormen met het fundament een gebouw, want in alles bevindt zich hetzelfde leven. Geen storm kan dit gebouw doen trillen, want alles, wat goddelijk leven deelachtig wordt, overleeft het vergankelijke. Ieder gebouw, dat een ander fundament heeft dan Gods woord, zal instorten.

Jezus eindigde zijn Bergrede met een beeld, dat met een verrassende duidelijkheid er de nadruk op legde, hoe belangrijk het is het gehoorde ook in daden om te zetten. Onder de toehoorders van de Heiland bevonden zich velen, die hun hele leven in de omgeving van het meer van Galilea hadden doorgebracht. Vanuit hun vestigingsplaats (gelegen op de helling van de berg), waar zij luisterden naar het woord van Christus, konden zij de dalen en ravijnen zien, waardoor bergbeken zich hun weg naar het meer baanden. In de zomer vielen deze beken vaak volledig droog en lieten zij alleen een steenachtige bedding achter. Als de winterstormen echter over de bergen gierden, werden de beken tot wilde, onstuimige rivieren en overspoelden daarbij soms dorpen, die de onstuitbare vloed eenvoudigweg wegvaagde. Zelfs de hutten, die de boeren op de grasvlakte schijnbaar buiten de gevarenzone hadden gebouwd, werden vaak meegesleurd. Bovenop de berg echter waren er ook huizen, die op rotsen waren gebouwd. In sommige streken waren er zelfs heel erg bestendige gebouwen, die al sinds vele jaren stand hadden gehouden in de stormen. Zij waren met grote moeite en onder aanzienlijke problemen gerealiseerd. Het was niet eenvoudig daar te komen, omdat hun ligging onherbergzamer was dan op de vlakte, maar ze waren op rotsen gefundeerd en wind, stromen en stormen belaagden ze tevergeefs.

De mens, die zijn huis op rotsen bouwt, is volgens de uitspraak van Jezus gelijk aan iedereen, die zijn woord aanneemt en zijn wezen en leven daarop fundeert. Al eeuwen eerder had de profeet Jesaja geschreven: “Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand.” (Jesaja 40:8) Apostel Petrus gebruikte deze woorden van de profeet nog vele jaren na de Bergrede en voegde eraan toe: “…..Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.” (I Petrus 1:25) Het woord van God is de enige houvast in deze wereld. Het is het zekere fundament. Jezus zei hierover: “Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.” (Matteüs 24:35)

De verheven grondslagen van de wet, die in het wezen van God zijn geopenbaard, zijn ook tot uitdrukking gekomen in de Bergrede van Christus. Wie daarop bouwt, bouwt op Christus, de eeuwige rots. Als wij het woord aannemen, nemen wij Christus aan. Slechts wie zijn woord aanneemt, bouwt ook op Hem: “want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf.” (I Korintiërs 3:11) “Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.” (Handelingen 4:12)

Christus, het woord, de openbaring Gods, de verwezenlijking van zijn wezen, zijn wet, zijn liefde, zijn leven, is het enige fundament, waarop wij ons geloof kunnen bouwen en waardoor wij onwankelbaar kunnen blijven. Wij bouwen op Christus, als wij zijn woord volgen. Niet degene, die zich verheugt op de rechtvaardigheid, is rechtvaardig, maar degene, die rechtvaardigheid betracht. Heiliging is niet alleen een gelukzalig gevoel; zij is het gevolg van een volledige overgave aan God. Ze is de uitvoering van de wil van onze Vader in de hemel. Toen de kinderen van Israël hun kamp opsloegen aan de grens van het beloofde land, vonden zij het niet genoeg iets te weten van Kanaän of liederen uit Kanaän te zingen. Daardoor alleen kwamen zij niet in het bezit van de wijnbergen, olijfbossen en akkers. Die werden pas hun eigendom, als zij er bezit van namen. Daartoe moesten zij de voorwaarden vervullen door een levend geloof in God te tonen, zich zijn beloftes eigen te maken en ook te gehoorzamen aan zijn geboden.

Christelijke religie (= godsvrucht) bestaat uit het vervullen van de woorden van Christus, echter niet om daarmee Gods genade te verdienen, maar omdat wij de gave van zijn liefde onverdiend hebben ontvangen. Jezus maakt de zaligheid van de mens niet afhankelijk van zijn persoonlijke belijdenis, maar van zijn geloof, dat in de werken van rechtvaardigheid tot uitdrukking moet komen. Als volgelingen van Jezus zijn wij allen in de dienst tot het algemeen priesterdom geroepen.

Van de volgelingen van Christus, zijn medewerkers en medewerksters, wordt de daad, niet alleen het woord verwacht. In de daad bouwt het geloof zich op. Degenen, die zich slechts af en toe door HEM laten leiden, behoren niet tot zijn kindschap: “Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God.” (Romeinen 8:14)

H.P. Zimmerli