Woord van de week – 23 juni

Voor zondag zondag 23 juni 2019
De overwinnaars zingen het lied van Mozes en het Lam Openbaring 15:2-4
2Toen zag ik iets als een zee van glas, vermengd met vuur. Op de glazen zee stonden zij die het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam hadden overwonnen. Ze hadden lieren om daarop te spelen voor God. 3Ze zongen het lied van Gods dienaar Mozes en het lied van het Lam: ‘Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Heer, onze God, Almachtige, rechtvaardig en betrouwbaar is uw bestuur, Vorst van de volken. 4Wie zou U, Heer, niet vereren, uw naam niet prijzen? Want U alleen bent heilig. Alle volken zullen komen en zich voor U neerbuigen, want uw rechtvaardige daden zijn geopenbaard.’

Kerngedachte:Onze dagelijkse liederen zijn vaak maar weinig met lofprijzing gevuld. Veel meer met klagen, zorgen, mopperen, angsten, gewoon met alles wat zich zo in het dagelijkse leven voordoet. Met het zingen van lofliederen over de liefde en barmhartigheid van God en met de herinnering aan hetgeen God in ons eigen leven aan bijstand en zegen gegeven heeft, worden angsten, zorgen enzovoort opeens weer heel klein en wordt God groot gemaakt.

Laten we proberen vandaag al zulke lofliederen te leren, zodat we Jezus Christus reeds in dit leven als onze Redder en Verlosser kunnen loven en prijzen.

1. Lof, prijs en aanbidding van onze God

Vele malen komen de woorden loven, prijzen en zingen in de Bijbel voor, vooral in de Psalmen. Bijvoorbeeld: “De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag, mijn mond is altijd vol van zijn lof.” (Psalmen 34:2)

Bijvoorbeeld het in Openbaring 14:1-3 genoemde ‘nieuwe lied’ is niet de huidige moderne muziekstijl, maar het lied van de verlosten tot eer van hun Redder. En alleen wie hier op aarde het nieuwe lied geleerd heeft, kan dat ook in eeuwigheid meezingen. God zelf leert ons dit lied – Psalmen 40:4: “Hij gaf mij een nieuw lied in de mond, een lofzang voor onze God.”

In veel christelijke gemeenten staat het woord ‘lofprijzing’ hoog in het vaandel. En dat is terecht. Want lofprijzing is niets anders dan gezongen aanbidding. Door liederen en muziek drukken mensen uit, wat hen beweegt, wanneer ze door het reddende en bevrijdende handelen van God geraakt worden. En het blijkt steeds weer waar te zijn, dat in het zingen van lofliederen oneindig veel kracht en bemoediging ligt, die op de geloofsweg zo dringend nodig zijn.

2. God bewaart en verlost zijn volk.

Johannes neemt het lied van de overwinnaars, die het lied van Mozes en het lied van het Lam zingen, waar. Het zijn niet twee liederen, zoals het zou kunnen lijken, maar het lied van Mozes en het lied van het Lam vloeien samen tot één lied.

De profetische achtergrond van Openbaring 15:2-4 vormt Gods geweldige en machtige handelen, dat in Exodus 12-15 beschreven wordt: De uittocht van Israël uit de slavernij in Egypte op weg naar het land, dat God voor zijn volk uitverkoren had.

Zulke verbanden tussen het Oude en Nieuwe Testament komen meerdere malen voor in de Bijbel, bijvoorbeeld de koperen slang, die Mozes in het kamp opricht ter redding van zijn mensen (Numeri 21:4-9) en de kruisdood van Jezus Christus, voorspeld door Jezus in Johannes 3:14-15. Het lied, dat door Mozes en de Israëlieten gezongen werd, had toen een concrete aanleiding: God wordt geloofd, omdat Hij zich in de geschiedenis van zijn volk als Heer van de geschiedenis door zijn reddende en bevrijdende handelen, door zijn leiding, begeleiding en bewaring bewezen heeft.

De Bijbel en in het bijzonder het boek Openbaring berichten over de laatste geweldige discussies tussen God en zijn volk enerzijds en de God vijandige machten anderzijds en het oordeel van God over zijn vijanden aan het eind der tijden. Kijken we nu naar de vele christenen, die tegenwoordig om hun geloof en in de naam van Jezus, die ze niet verloochend hebben, vervolgd, gekweld en gedood worden. Dat was bij het begin van het christendom zo en is het heden ten dage nog.

Bij de strijd, die gevoerd wordt, gaat het om eeuwig leven of eeuwige dood, redding of verloren gaan.

3. Een woord voor ons vandaag.

In Openbaring 15 staan de overwinnaars aan een zee van glas. Ze hebben de overwinning behaald en zingen. Waar staan wij – jij en ik? Wij staan nog niet aan de zee van glas en hebben nog niet overwonnen. Soms hebben we het gevoel, dat het water ons aan de lippen staat, dat we gevaar lopen ‘in de ons omringende zee’ om te komen.

Laten we ons herinneren aan de situatie van het volk Israël, dat voor de Schelfzee staat met achter zich het leger van de farao. Daar schijnt geen ontkomen meer mogelijk te zijn. Ze hebben de dood voor ogen. Wat gebeurt er dan? In Exodus 14:19 lezen we, dat God zich in de wolkkolom tussen Israël en de Egyptenaren plaatst. Aan de kant van de Israëlieten verlichtte de wolkkolom het landschap en de voor hen liggende zee, aan de kant van de Egyptenaren was het aardedonker.

Maar dat was de oplossing, want in de duisternis hadden de Egyptenaren iedere oriëntatie verloren. Ze konden de positie van de Israëlieten niet vaststellen. Het volk Israël kon in alle rust door de gespleten zee naar de reddende oever trekken.

Ook wij maken situaties mee, waarin we geen uitweg meer zien en voor het te gronde gaan van ons leven staan. Wie kan dan nog helpen? Hebben we ook niet de mogelijkheid, dat de geschiedenis zich herhaalt en Jezus zich tussen ons en nood, gevaar en benarde toestanden plaatst? Eigenlijk heeft God dat al gedaan door Jezus Christus op Golgota.

Paulus zegt dat zo (Romeinen 8:31-34): “Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? Zal Hij die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons.”

Alleen op grond van deze belofte mogen we luid ‘Halleluja’ zingen. Mooi, als mensen, die Gods helpende en reddende handelen hebben ervaren, voor een gezamenlijke lofprijzing van God samenkomen. En het is zeker: ook voor ons zal de dag komen, dat we zingend aan de zee van glas zullen staan.

V. Raus