Woord van de week – 24 november

Voor zondag 24november 2019
 

Gedachtenis der ontslapenen: Leven en dood Psalmen 90:12

12Leer ons zo onze dagen te tellen dat wijsheid ons hart vervult.

Kerngedachte: Dit woord van Luther zien we dagelijks bewaarheid. Midden in de steden vinden wij de kerkhoven, die getuigen van de vergankelijkheid van het aardse leven. Wanneer men over de paden van zo’n begraafplaats wandelt, is men als het ware in een oase van stilte te midden van het bruisende leven van de grote stad. Men bespeurt bijna iets van vergetelheid rondom de oude graven en gedenkstenen. Zouden er nog mensen zijn – familieleden, vrienden, bekenden –, die zich deze doden kunnen herinneren, zoals zij eenmaal midden in het leven stonden?

Buiten het kerkhof ziet men fabrieken, kantoren, daar raast het verkeer, waarvan de signalen soms de stilte van het kerkhof verscheuren. Beide sferen, het kerkhof en de onrustige stad daaromheen, hebben hun eigen wetmatigheid, hun eigen realiteit. Toch vormen beide sferen een eenheid. Leven en dood laten zich niet van elkaar scheiden. Het is goed, dat wij ons dat bewust worden. Niets is in ons leven zo zeker als de natuurlijke dood. Elke dag, die wij met de hulp van onze God hebben doorleefd, is een stap nader tot onze (natuurlijke) dood. Wie het hoogtepunt van zijn leven reeds heeft overschreden, zal meer dan ooit zich moeten bezinnen op de ernst van het woord: mens, bereid uw huis, want u moet sterven! Duidelijk staat ons het vergankelijke van ons menselijke leven voor ogen. De Bijbel leert ons daarmee rekening te houden en ermee te leven. “Leer ons zo onze dagen te tellen dat wijsheid ons hart vervult” lezen we in het Bijbelwoord voor vandaag. In de brief aan de Hebreeën staat, dat wij vreemdelingen en gasten op deze aarde zijn en dat wij een ‘vaderland’ zoeken. (Hebreeën 11:13). Heel duidelijk zegt apostel Jakobus: ”U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet. U bent immers maar damp, die heel even verschijnt en dan al verdwijnt.” (Jakobus 4:14)

Deze erkenning zal ons echter niet verleiden tot een houding van levensontkenning. Zij zal ons veeleer helpen de waarde van ons leven op de juiste wijze te taxeren en op de juiste wijze te leren leven. Want na onze overgang tot het Rijk aan gene zijde zal openbaar worden hoe en voor wie wij hebben geleefd; of ons denken en handelen gericht waren op bijzaken en onbelangrijke dingen, wellicht zelfs op vergankelijke macht van deze wereld, of dat wij ons hebben geconcentreerd op het blijvende, het Rijk van onze God.

Jezus waarschuwt ons in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus ervoor ons niet over te geven aan de bedrieglijke conclusie, dat in de dood alles vanzelf heel goed zal worden. Een oud spreekwoord zegt: een goed sterven duurt een heel leven. Hoe kan men dat echter leren? Voor een christen kan er slechts één antwoord zijn:

met Christus, de Opgestane, leven!

Hij heeft de macht van de dood gebroken. Paulus schrijft aan de Romeinen: de dood is het loon van de zonde; Gods gave echter is eeuwig leven in Christus Jezus, onze Heer. De dood is niet verdrongen naar het onderbewustzijn, nee, hij is overwonnen! Het teken van het kruis is het teken van het leven. Het is het teken voor het feit, dat wij de dood niet meer behoeven te vrezen. Hij, die aan het kruis is gehangen, roept ons toe: ”Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal nooit sterven.” (Johannes 11:25-26)

Al is ook ons stervensuur in elk uur van ons leven aanwezig, toch heeft de dood het kenmerk van het definitieve en totale verloren. Een nieuw leven is ons geschonken en dat houdt stand tot in alle eeuwigheid. Wij kunnen het woord van Luther dan ook getroost omkeren: midden in de dood zijn wij door het leven omringd.

Als ons oog gericht is op de eeuwigheid, kan ons leven waardevolle correcties ondergaan. Wanneer men er over nadenkt, dat men bepaalde dingen eens voor de laatste maal verricht, of dat men bepaalde mensen eens voor de laatste maal ziet, of dat men Gods genadegaven wellicht voor de laatste maal op aarde ervaart, krijgen alle gebeurtenissen een andere betekenis voor ons. Wij beleven de dingen dan met een dieper verantwoordelijkheidsbewustzijn; hetzelfde geldt voor onze handelingen. Vanuit deze ‘uitkijktoren’ krijgt het leven een diepere zin en een hoger doel.

Boven leven en sterven staat Christus, de Heer. Wij accepteren het leven met zijn gaven en opgaven en weten, dat het uur van onze dood ook een uur van onze God is. Elk mens, die aan deze betekenis, deze zin van het leven is voorbijgegaan, kan slechts ons diepste medelijden opwekken. Het moet voor de gemeente des Heren een hartenszaak zijn op de zondag, waarop wij de ontslapenen gedenken, zich voor zulke zielen in de voorbede te verenigen.

Nu en in het uur van onze dood, zouden wij met Paulus moeten kunnen zeggen: “Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer.” (Romeinen 14:8)

 

R. Gaszmeyer

Toevoeging voor de dienaren bij de weekbrief voor 24 november 2019.

Ontslapenen – Eeuwigheidszondag.

Geliefde ambtsdragers,

 

Na een jaar, waarin twee zusters en een broeder ons zijn ontvallen, willen we na de viering van het Heilig Avondmaal ons verenigen in de gemeente tot een gezamenlijke voorbede voor de ontslapenen. Zowel voor hen, waarmee wij in ons leven ten nauwste verbonden waren, als ook voor al degenen die nog niet verlost zijn.

Daartoe dient ons hart vervuld te zijn van de barmhartige liefde van onze God.

Hij wil dat alle mensen geholpen worden. Er staat geschreven, dat de liefde hoop geeft en dat zij nimmer vergaat.

Zo eindigt ook onze liefde tot de naaste niet bij de dood, zij heeft haar nawerking in de voorbede voor de ontslapenen.

Wij geloven, dat God middelen en wegen heeft om in het rijk der ontslapenen ook zonder ons toedoen de heilsdaden van zijn Zoon aan te bieden, teneinde de verlangende zielen voor zijn Rijk toe te bereiden, want God is een Heer over levenden en doden.

Daarom willen wij ons verlaten op zijn Vaderlijke zorg.

Het bestuur.

De dienst:

Na het avondmaal een korte inleiding en de namen noemen van degenen, die in de desbetreffende gemeente zijn overleden. Gevolgd door een moment stilte en dan een ontslapenenlied zingen of een toepasselijk gedicht voorlezen. Dit deel van de dienst dan afsluiten met de voorbede voor de ontslapenen.

In het slotgebed van de dienst ook bidden om Gods hulp en bijstand voor de nabestaanden.

Overleden na 25 november 2018 – 2019

09-01-2019 zr. M.M. van Katwijk-van de Heide gem. Enkhuizen 87 jr.

16-03-2019 br. A. Bannink gem. Assen 71 jr.

05-08-2019 zr. S. de Jager-Baas gem. Zwijndrecht 91 jr.