Woord van de week – 26 mei

Voor zondag 26 mei 2019
Wie gelooft en gedoopt is, zal worden gered;… Marcus 16:9-2
Na de opstanding

9Toen Hij vroeg op de eerste dag van de week uit de dood was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria uit Magdala, bij wie Hij zeven demonen had uitgedreven. 10Ze ging het nieuws vertellen aan de mensen die Hem hadden vergezeld en die nu om Hem treurden en rouwden. 11Toen ze hoorden dat Hij leefde en dat zij Hem had gezien, geloofden ze het niet. 12Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de stad aan het wandelen waren. 13Ze gingen terug en vertelden het aan de anderen; maar ook zij werden niet geloofd. 14Ten slotte verscheen Hij aan de elf terwijl ze aan het eten waren, en Hij verweet hun hun ongeloof en halsstarrigheid, omdat ze geen geloof hadden geschonken aan degenen die Hem hadden gezien nadat Hij uit de dood was opgewekt. 15En Hij zei tegen hen: ‘Trek heel de wereld rond en maak aan ieder schepsel het goede nieuws bekend. 16Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld. 17Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, 18met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’

19Nadat Hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God. 20En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen.

Kerngedachte:De Opgestane verschijnt aan Maria uit Magdala en aan de Emmaüsgangers en de overige discipelen geloofden deze verkondiging niet. Christus wees hen daarop terecht. Tegelijkertijd gaf Hij hun de opdracht aan de hele wereld en alle schepselen het evangelie te prediken en te dopen, opdat zoveel mogelijk mensen gered zouden worden! Gebeurt zoiets bij ons ook nu nog? De profetie was allereerst bestemd voor het uitverkoren volk Israëls. Maar door het falen van de profeet bij zijn volk krijgen de heidenen pas de kans God te leren kennen als heil voor de hele wereld.

Deze beschouwing na Pasen toont al aan, hoe moeilijk de eerste discipelen het al hadden met de opstanding van Jezus. Daar verschijnt Hij als eerste aan Maria uit Magdala en de andere vrouwen bij het graf, die op de vroege paasmorgen het lichaam van Jezus zochten om het met welriekende oliën te balsemen (naar het Lucasevangelie).

En de eerste verkondiging van de blijde boodschap van de opstanding van de Heer gebeurde door Maria resp. de andere vrouwen bij het graf aan zijn treurende discipelen. En dezen konden het grootste wonder aller tijden en voor alle mensen niet begrijpen en deden het af als geklets! Net als de ontmoeting met de Emmaüsgangers, aan wie Hij in een andere gedaante verscheen, waardoor zij Hem pas bij het breken van het brood herkenden. Ook hun tijding geloofden zijn discipelen niet.

Tenslotte maakt Hij zich o.a. aan alle elf apostelen bekend, terwijl ze aan tafel zitten, en berispt hen wegens hun ongeloof en de hardheid van hun hart, omdat ook zij degenen, die zijn verschijning gezien hadden, niet geloofden. Dat zijn voor mij de mooiste aanwijzingen, dat de Heer waarlijk is opgestaan!

Dan geeft Hij zijn discipelen de opdracht het evangelie, de blijde boodschap van zijn opstanding uit de dood in de gehele wereld te verkondigen en in zijn naam boete te prediken tot vergeving der zonden onder alle volkeren. Dan volgt de belangrijkste uitspraak: “Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld” (Marcus 16:16).

Daarop volgend beschrijft de Heer dan de betekenis van dit ‘gered worden’, dat door de volgende tekenen begeleid zal worden: in zijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen. Ze zullen met hun handen slangen oppakken. Als ze een dodelijk gif drinken, zal hun dat niet deren. Ze zullen zieken weer gezond maken door handoplegging. Kort en goed: als God met je is, kan je geen kwaad meer overkomen!

En dan wordt de hemelvaart van de Heer en zijn plaatsnemen aan de rechterhand van God beschreven. En de discipelen gingen op weg en predikten overal wat de Heer door de hierboven beschreven tekenen bekrachtigde.

Over deze wonderbaarlijke werken kunnen we ons slechts verbazen. Als dit toch nu nog eens mogelijk was? Dan zouden zich toch honderden, ja duizenden direct tot het geloof aan deze ene Heer en God bekeren! Geloven we dan in het wonder van de opstanding en in de door de Heilige Geest aanwezige Heer? Belijden we dit geloof ook in het openbaar of is het tot een pure privéaangelegenheid verworden, omdat de moed tot getuigenis verloren is gegaan? Beleven we het beschreven gered worden, dat door de beschreven tekenen begeleid wordt?

Het geloof leeft slechts en zal overleven, wanneer het door overeenkomstige geloofsbelevenissen gevoed wordt. En deze nu kunnen slechts gebeuren, als we de gekruisigde, opgestane en wederkomende Heer tegenover de gehele wereld belijden. Dan zal Hij zich tegenover ons net zo bekennen, zoals Hij reeds met de eerste discipelen gewerkt heeft en het woord door die wonderbaarlijke, bovennatuurlijke gebeurtenissen bekrachtigd heeft.

Van ganser harte wens ik ons de moed en de deemoed voor een vreugdevolle verkondiging van de blijde boodschap van de hoogste overwinning van de Heer over hel, duivel, dood en graf aan het kruis van Golgota. “De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God.” (1 Korintiërs 1:18) En deze kracht van God kunnen we beleven en zal zich tonen, waar wij ons over ons ongeloof terecht laten wijzen, onze trage en harde harten opgeven en overwinnen, ons geheel op deze Heer beroepen en verlaten. “Just do it”: dus, probeer het toch gewoon, maak de stap in het water, word tot iemand die over het water kan lopen!

We zullen verbaasd zijn, wat er gebeurt: dat de Heer het voor ons opneemt en niet alleen dat, maar dat Hij voor ons tot middelaar wordt bij onze Hemelse Vader, Hij heeft het vast beloofd en toegezegd!

Dit evangelie (een ander is er niet) heeft onze tijd en onze wereld nodig tot heil, tot redding van de mensen. God wil niet, dat er één ziel verloren gaat! Daarom moeten ook wij weer evangeliseren, want het gaat er werkelijk om verdoemde en verloren mensen te redden!

W. Baltisberger