Woord van de week – 27 oktober

Voor zondag 27 oktober 2019
 

Groei in de eerste christengemeente: het kiezen van de zeven diaken

Handelingen 6:1-7

1Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. 2Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. 3Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de Heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, 4terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.’ 5Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de Heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. 6Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden. 7Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

Kerngedachte:

De aantekeningen tussen haakjes werden aan het Bijbelwoord toegevoegd.

  1. Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. (verschillende afkomst en geschiedenis der gelovigen);
  2. Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: “Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen wij de verkondiging van Gods Woord. (er zijn verschillende dingen te doen: verkondiging en verzorging van de armen, spreken en handelen,…);
  3. Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de Heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, (Basis=Heilige Geest+wijsheid+goede reputatie);
  4. terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God. ( de apostelen vonden het voor God niet verantwoord hun eigenlijke opdracht, de verkondiging van het woord in de breedste zin, achter te stellen bij het uitdelen van maaltijden);
  5. Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de Heilige Geest en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië.
  6. Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden. (afzondering en Gods zegen op de arbeid);
  7. Het woord van God vond steeds meer gehoor zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof. (groei door niet-christenen).

Wij bevinden ons bij het begin van de groei van de eerste christengemeente in Jeruzalem in het Joodse gebied. De gemeente staat open voor iedereen, voor Joden maar ook voor de armen, die misschien alleen maar eens voorbij komen en wat te eten krijgen. Aan dit werk hebben de apostelen blijkbaar ook deelgenomen, wat hen op den duur boven het hoofd groeide.

Opmerkelijk is, dat alles in de eerste christengemeente niet door statuten geregeld was, dat het (voor)oordeel over de naaste niet maatgevend was, maar dat het ging om de verkondiging in de eigen leefomgeving van Jezus door woord en daad. En God zegende dit: “….De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.” (Handelingen 2:47)

Dit bericht is een verheugende verwijzing naar de samenwerking in de eerste christengemeente:

    • ze waren eensgezind (gemeente en apostelen);
    • ze durfden nieuwe stappen te zetten met behulp van de Heilige Geest;
    • ze kozen broeders uit met duidelijke geestelijke kenmerken;
    • ze kenden elkaar, omdat ze samen Jezus eerden;
    • ze voelden zich met elkaar verantwoordelijk voor de gemeente;
    • ze waren volledig geëngageerd wat betreft hun dienst aan de naaste;
    • zij hebben hun geestelijke opdracht serieus genomen en daar ook naar geleefd;
    • ze waren bereid een nieuwe activiteit te ontwikkelen: de armen en weduwen te verzorgen, in de zin van de diaconie.
    • ze hebben niet aan hun beschikbaarheid noch aan hun prioriteiten getwijfeld.

Als uitdaging zou ik u allen willen aanmoedigen de werkingen van de Heilige Geest opnieuw ruimte te geven, in ieder geval de vrije loop te laten. Destijds gebeurde er wel wat en snel ook! Allen maakten een sterke groei van de gemeente mee! Hoewel het nieuwe organisatorische problemen met zich mee bracht, gebeurde er iets heel natuurlijks: er werd een oplossing voorgesteld, overeengekomen en gerealiseerd. De enige garantie was te vertrouwen op de Heilige Geest om door Hem alle behoeften te analyseren en navenante beslissingen te nemen. En het heeft gewerkt!

Moge God ons tot zijn dienst oproepen, opdat wij hier in zijn gemeente of waar dan ook in zijn zending werkzaam zijn, in blijdschap er in woord en daad voor anderen zijn, ieder met zijn gave in zijn taak tot vreugde van de naaste, opdat hij ook Christus vindt en leven kan.

N. Schaeffer