Woord van de week – 28 juli

Voor zondag 28 juli 2019
  

De Drie-eenheid 2 Korintiërs 13:11-13

11Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn. 12Groet elkaar met een heilige kus. Alle heiligen die hier zijn laten u groeten. 13De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de Heilige Geest zij met u allen. 

Kerngedachte: Johannes 10:30 lezen we de woorden: “en de Vader en Ik zijn één.” Vader en Zoon zijn afzonderlijke “personen” maar samen met de Heilige Geest één en dezelfde God. Dat is het geheim van de Drie-eenheid.

Veel is en blijft een geheim, daar God de Almachtige ondoorgrondelijk is. Zijn gedachten zijn van een geheel ander niveau dan die van ons mensen. Zijn gedachten zijn, zoals de Bijbel zegt, veel hoger dan onze gedachten. Het valt ons zwaar, zoals Paulus zegt: “want ons kennen schiet tekort..” (1 Korintiërs 13:9) Wij zijn immers mensen, die van de boom van de kennis van goed en kwaad hebben gegeten (Genesis 3:1-5) en nu ontevreden zijn.

Het Bijbelwoord van vandaag komt uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs met zijn 13 hoofdstukken. De tweede brief is maar een halfjaar na de eerste brief geschreven, in de herfst van het jaar 55 na Christus. In de tussentijd was er veel gebeurd. Op grond van een aantal verontrustende berichten besloot Paulus een kort bezoek te brengen aan de Korintiërs. Bij dit bezoek moet het tot een heftige confrontatie gekomen zijn met een christen uit Korinte, die de legitimatie van Paulus’ apostelschap betwistte.

Deze brief is dan ook grotendeels de verdediging van Paulus van zijn gezag als apostel. Maar elke keer stelt hij de zaak boven de persoon en dus is de verdediging van zijn door God gemachtigde persoon niet het werkelijke zwaartepunt van deze brief, maar het verlangen van God:

Christus als Gods ja en amen (2 Korintiërs 1:18-20),

Het buitengewone van het nieuwe verbond (2 Korintiërs 3:4-18),

Het hemelse thuis en het nieuwe lichaam (2 Korintiërs 5:1-10),

De verzoeningsdienst (2 Korintiërs 5:18-21),

De openbaring van goddelijke kracht in zwakheid, vervolging en lijden

(2 Korintiërs 1:3-10; 6:3-10; 11:17-33 en 12:1-10).

In de laatste verzen van zijn brief noemt Paulus de voorwaarden, waaraan je moet voldoen, opdat de God van liefde en vrede met ons kan zijn. Wat noemt hij?

1. Beter uw leven,

2. neem mijn vermaningen ter harte,

3. wees eensgezind,

4. leef in vrede met elkaar.

Dit kan weer alleen slagen, als de zegen van de Drie-eenheid Gods met ons is:

1. de genade van onze Heer Jezus Christus,

2. de liefde van God

3. en de gemeenschap met de Heilige Geest.

Deze zegen maakt een boog naar Openbaring 1:4-6. Johannes schrijft daar aan de zeven gemeenten in Klein-Azië: “Genade zij u en vrede van Hem die is, die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon, en van Jezus Christus, de betrouwbare Getuige, de Eerstgeborene van de doden, de Heerser over de vorsten van de aarde. Aan Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn bloed, die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader – aan Hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid. Amen.

Volgens Jesaja 11:1-2 is de Heilige Geest een zevenvoudige geest. “Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. De geest van de HEER zal op Hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de HEER.”

G. Loose