Woord van de week 3 februari

Voor zondag 3 februari 2019
Geen zorgen voor de dag van morgen Matteüs 6:31-34
31Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – 32dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. 33Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.

Kerngedachte: Wij maken ons vaak zorgen over allerlei wereldse zaken. Dat is niet nodig als wij vertrouwen op Gods hulp en steun.

Hebben wij bij de jaarwisseling ook onze zegeningen van het afgelopen jaar geteld of hebben we alleen maar teruggekeken op de tegenslagen en de narigheid die we ondervonden hebben.

Eerst komen de tegenslagen voorbij en pas later het besef van Gods steun en hulp. Als dat al komt.

Tel uw zegeningen en breng God de dank hiervoor. Hoe en waar staan we nu aan het begin van het nieuwe jaar? Zijn we de week dankend en biddend begonnen, of was het alleen maar feest.

Apostel Petrus schreef in zijn eerste brief hoofdstuk 5:7: “U mag uw zorgen op Hem afwentelen, want u ligt Hem na aan het hart.” Doen we dat ook of gaan we ons druk maken over al die dingen die in het nieuwe jaar op ons afkomen? We hoeven geen angst te hebben voor de toekomst over werk, financiën, gezondheid etc.

In Jesaja 43:5 zegt God: ”Wees niet bang, want Ik ben bij je.” Dat geldt ook voor de huidige tijd. Maar: geloven wij dat ook?

Hoe zijn we dit jaar in gegaan? Met geloof, hoop en liefde, met de wil om God te dienen en het evangelie van Jezus uit te dragen? Dan rust daar zegen op. Ook nu kunnen wij ons overal druk om maken, meestal om vergankelijke dingen. Op deze wereld is voor de toekomst niets zeker. De mens denkt in zijn wijsheid alles te kunnen regelen, maar keer op keer blijkt dat hij, met al zijn kennis, hopeloos faalt. Dat komt omdat de mens niet meer naar God luistert.

Hoe is dat met Gods kinderen? Vertrouwen wij volledig op de beloften van Jezus! “Ik ben met jullie” en “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.” Dan wordt het een hartensbehoefte om die bron der liefde onze dankoffers te brengen, offers in tijd, geld, meelevendheid etc.

En laten het dan ook echt offers zijn. Daar rust zegen op. We kunnen de toekomst vol vertrouwen tegemoet gaan. God zal ons nooit verlaten. Dat geeft kracht en troost.

Laten wij ook nu de tijd biddend en werkend beleven. Biddend? Ja, want het gebed geeft kracht. Wij kunnen niet zonder gebed, zonder dat contact met God. Wij mogen bidden voor onszelf, voor de gemeente (hard nodig) en voor de wereld en de mensen om ons heen. Een christelijke gemeente zal een biddende gemeente zijn, maar ook een dienende. Wij moeten ervan doordrongen zijn, dat wij de Heilige Geest ontvangen hebben, die ons gaven geeft die we kunnen gebruiken. Ieder heeft andere gaven, maar al die gaven samen vormen een rijke gemeente. We zijn onderweg naar een nieuwe hemel en aarde en mogen daar aan meebouwen. Laten we ons daar met hart en ziel voor inzetten. Dat maakt rijk en gelukkig.

Ook nu is dat een uitdaging om als waarachtige kinderen Gods aan de slag te gaan. Wie, wat of waar we ook zijn , wat de toekomst brengen moge, ons geleidt des Heren hand. Die zekerheid kunnen wij ter harte nemen. K. Hupjé.