Woord van de week – 3 november

Voor zondag 3 november 2019
 

Is God rechtvaardig? Romeinen 9:14-24

14Moeten we dan zeggen dat God onrechtvaardig is? Natuurlijk niet. 15Hij zegt immers tegen Mozes: ‘Ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn, ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken.’ 16Alles hangt dus af van God en zijn barmhartigheid, niet van de wil of de inspanning van de mens. 17Zo zegt hij volgens de Schrift tegen de farao: ‘Ik heb u alleen maar aangesteld om u mijn macht te tonen en om iedereen op aarde te laten weten wie ik ben.’ 18Dus God is barmhartig voor wie hij wil en maakt halsstarrig wie hij wil. 19Maar nu zult u vragen: ‘Waarom roept God ons dan nog ter verantwoording? Niemand gaat toch in tegen zijn wil?’ 20Wie bent u eigenlijk dat u, een mens, iets tegen God zou inbrengen? Vraagt het aardewerk soms aan de pottenbakker: ‘Waarom hebt u me gemaakt zoals ik eruitzie?’ 21Heeft de pottenbakker niet de vrijheid om van dezelfde klomp klei zowel een kostbare vaas als een alledaagse pot te maken? 22God heeft degenen die het voorwerp van zijn toorn zijn en die hij heeft bestemd voor de ondergang, met veel geduld verdragen omdat hij zijn toorn ook wil tonen en zijn macht kenbaar wil maken. 23En omdat hij zijn overweldigende majesteit wil tonen, heeft hij degenen die het voorwerp zijn van zijn barmhartigheid ertoe voorbestemd om in zijn majesteit te delen. 24Hen heeft hij ook geroepen: ons, die niet alleen uit het Joodse volk afkomstig zijn, maar uit alle volken,

Kerngedachte: Het Bijbelwoord van vandaag bevat veel aspecten en er is één aspect uitgenomen, nl. het begrip gerechtigheid, dat ons de beperktheid van ons denken moet aantonen. Jezus zei hierover in Matteüs 5:20: “Als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, zullen jullie zeker het Koninkrijk van de hemel niet binnengaan.“ Het is goed uw eigen houding in dit opzicht te controleren.

De vraag of God rechtvaardig is, houdt ons steeds weer bezig. Vooral wanneer wij leed en ellende, als wij dan en ook in het algemeen zoeken naar schuld en verantwoordelijkheid. Maar zelfs de discipelen vroegen aan Jezus bij de blindgeborene: “Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?” (Johannes 9:2).

Dit Bijbelwoord confronteert ons weer met het ons geleerde en bij ons gegroeide begrip van sociaal gedrag, gerechtigheid, schuld. Is het principe “oorzaak en gevolg” ook niet toe te passen op de handelingen van God?

Of wij dat nu willen of niet, God beslist soeverein. De vragen waarom Hij Israël tot uitverkoren volk koos, waarom Hij bepaalde mensen een bevoorrechte plaats gaf (bijv. Jakob), waarom Hij zich niet richtte naar de meningen en adviezen van gelovige mensen, kunnen moeilijk beantwoord worden. Behalve als wij de soevereiniteit van God accepteren, die ons in het Bijbelwoord van vandaag duidelijk wordt gemaakt: “…Ik schenk genade aan wie Ik genade wil schenken.…” (Exodus 33:19).

Al in de kleine gebeurtenissen, in de uitspraken van Jezus, bijvoorbeeld in de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard (Matteüs 20), bespeuren wij onrechtvaardigheid: ze kregen allen hetzelfde loon ondanks het verschillend aantal uren, dat ze gewerkt hadden. Dat kan toch niet waar zijn….

De bevoorrechting van Jakob, als degene die als tweede geboren is, lijkt eveneens niet te kloppen. Hier helpt ook een diepgaand zoeken in de Bijbel niet, vooral omdat deze bevoorrechting hun moeder Rebekka reeds vóór hun geboorte was aangezegd (Genesis 25:23). De arme mens Esau, die zo benadeeld (?) werd…

Profeten, zoals bijv. Jona, hadden vaak zware discussie met hun zender God. Hij deed gewoon niet dat wat zij voor juist hielden. Zij hadden het er vaak moeilijk mee. Waarom dan wel….?

Ook in onze tijd horen wij vaak zeggen:

– Waarom heeft God dat gedaan?

– Als er een God bestaat, waarom grijpt Hij dan niet in?

– Waarom moest juist deze (uitstekende) mens ziek worden, of zelfs sterven?

Het is alleen erg, dat wij meteen betere voorstellen hebben.

Wij moeten ons veel meer bewust worden van Gods barmhartigheid, die Hij aan duizenden bereidt en van de redding van velen van de eeuwige dood door Jezus Christus.

Jezus zei: “Ik ben de opstanding en het leven.” En dan volgt één van de kernpunten van het Nieuwe Testament, namelijk de uitspraak van Jezus: “Wie in Mij gelooft zal leven…” (Johannes 11:25-26). Hier stellen wij ons allen de vraag: “Gelooft u dat?”

Deze uitspraak van de Zoon van God, zijn offerdood aan het kruis en zijn overige beloften over het eeuwige leven gaan ons verstand en begrip verre te boven.

En dan vragen wij naar het waarom van Gods handelen, door de vraag te stellen: “Is God rechtvaardig?”

Deze God is soeverein en heeft in Jezus Christus gerechtigheid geschapen, die voor Hem geldt voor ons heil en leven.

R. Spree