Woord van de week 30 december

Voor zondag 30 december 2018 (Oudejaarsdienst)
De echte vrijheid Johannes 8:30-36
Kerngedachte: Vrij zijn betekent niet, dat we de vrijheid hebben alles te doen wat wij willen, maar dat wij de vrijheid hebben ons leven aan God te binden.

Bij de afsluiting van het jaar is het gebruikelijk terug te blikken en de balans op te maken. Hoe was het jaar? Wat hebben wij gedaan en wat niet? Heeft het afgelopen jaar ons veranderd? Hadden wij eigenlijk wel invloed op de gebeurtenissen in het jaar, konden wij vrijuit beslissen of hebben de dagen ons “voor zich uitgedreven”? Zijn wij nu tevreden met het resultaat van onze balans of niet?

De mensen streven al lange tijd naar vrijheid. De sagen uit de oudheid verhalen al over helden, die in opstand komen tegen de goden en aan hun door de goden bepaalde lot willen ontkomen. Ook bij de eerste zondeval verleidt de slang Adam en Eva tot de zonde door te beloven, dat zij in de toekomst “de vrijheid” hebben zelf – onafhankelijk van God – te beslissen wat goed en wat slecht is. In de loop der jaren seculariseerde (verwereldlijkte) zich het vrijheidsbegrip en al ten tijde van Jezus wezen de Joden Hem erop, dat zij, ondanks de Romeinse heerschappij, als de kinderen van Abraham (Johannes 8:33) een vrij volk en de rechtmatige erven van het land waren. Later paste het vrijheidsbegrip zich verder aan de maatschappelijke ontwikkelingen en situaties aan. Vrijheid als onafhankelijkheid van vreemde bezetters, vrijheid als strijd tegen de onderdrukking door de eigen regering en – heel actueel – vrijheid van economische druk. Vrijheid is nauw verbonden met de zoektocht van de mens naar zelfbeschikking. Dit streven uit zich ook in een verandering van de maatschappelijke waarden. In de laatste decennia vond er een verschuiving van plicht– en aanvaardingwaarden naar zelfontplooiingwaarden plaats. In plaats van trouw, ijver, stiptheid, beleefdheid, bereidheid tot aanpassen, discipline, orde, prestatie, offer enz. kwam er de vrijheid tot zelfontplooiing, emancipatie, gelijke rechten, autonomie enz.

Mensen zoeken (bewust of onbewust) naar vrijheid. Dat uit zich bijvoorbeeld ook daarin, dat dit streven gericht door de reclamewereld wordt gebruikt, doordat men de producten nauw met de boodschap van vrijheid verbindt – door illusies, die “doordringen tot het hart”. Of het nu gaat om een auto, een verzekering, een creditcard, bier, tabak, of het niet roken, met de boodschap van vrijheid laten mensen zich bereiken. “Vrijheid en avontuur”, “die vrijheid neem ik”, “vrij als een vogel”, “vrij reizen voor vrije burgers”, “feel free to say NO” en nog veel meer.

En.. hoe is het bij ons? Wordt ons verlangen naar vrijheid daadwerkelijk vervuld? De ene reden zich niet vrij te voelen is amper uit de weg geruimd, of er komt weer een nieuwe. Wij zijn in Europa vrij van bezetting, wij kunnen onze regeringen vrij kiezen, wij zijn over het algemeen economisch nog relatief onafhankelijk, wij hebben onze maatschappelijke waarden veranderd, wij kopen het ene product, dat vrijheid belooft, na het andere …. – zijn wij er tevreden mee? Was dat het? Komt er in de komende decennia nog iets nieuws, de doorbraak naar de echte vrijheid? Misschien de vrijheid te reizen over de grenzen van het universum heen?

Jezus maakt ondubbelzinnig duidelijk, dat echte vrijheid niet van God is te scheiden. Vrijheid is alleen echt, als zij voortkomt uit de waarheid. Een mens is slechts dan vrij, als hij volgens zijn ware bestemming leeft, als hij de waarheid van zijn bestaan kent. Als hij zich niet door onwaarachtigheid aan schuld en zonde bindt. Deze waarheid is in God en Jezus tot ons gekomen om ons Gods waarheid te openbaren. “…Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.” (Johannes 8:31-32)

De Joden begrijpen Jezus eerst niet, want zij zijn toch Abrahams kinderen, het uitverkoren volk van God, weliswaar nu onder de heerschappij van de Romeinen, maar desondanks niets verschuldigd aan de Romeinen. Zij waren nog nooit knechten of slaven, want die hadden niet het recht zelf over lijf en leden te beschikken. Jezus legt hun uit, dat zij door hun zonden slaven van de zonde worden, dat hun leven niet meer vrij, maar aan zondeschuld is gebonden. De noodlottige binding aan zonde en schuld was de tijdgenoten van Jezus beslist bekend. Zij wisten immers, dat zonder de barmhartigheid en de vergeving van God hun zonde tot de eigen scheiding van God (daarmee tot de dood) zou leiden en effect zou hebben voor hun nageslacht, ver tot in de komende generaties. (zie bijv. Numeri 5:9). Door het zich nauwgezet houden aan de ge- en verboden wilden zij zich daarom tegen overtredingen van Gods wetten beschermen. Jezus toont echter steeds weer aan, dat zonde niet pas door slechte daden, maar al daarvoor in het hart ontstaat (zie bijv. de Bergrede). Pas als de wet, Gods waarheid, bij een mens “in het hart is geschreven” (zie bijv. Hebreeën 10:16), verliest de zonde haar macht. Paulus spreekt daarom ook over het knechtschap van de (geschreven) wet, dat de mens beperkt en desondanks niet bevrijdt van het knechtschap van de zonde.

Alleen daar, waar het “Nieuwe Verbond” door Jezus Christus door mensen wordt aangenomen, waar de zondeschuld door Jezus’ bloed werd vergeven, is de weg tot God vrij. Wij hebben echt de vrijheid te beslissen, of wij deze weg willen gaan. “Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.” (Johannes 8:36) Wij hebben de vrijheid te beslissen voor immer en eeuwig bij God te blijven. “Nu blijft de slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig.” (Johannes 8:35)

Voor het opmaken van de balans van het afgelopen jaar moeten wij daarom in ons hart kijken. Wat wij ook in de afgelopen 365 dagen mochten of moesten meemaken: vreugde of verdriet, geluk of leed, begin of einde, het is – zelfs als het om de kern van ons leven zou gaan – alleen maar een deel van de “vergankelijkheid” (zie bijv. Psalmen 90). Het blijft een tijdje, zal ons bezighouden, wil ons binden, moet dan uiteindelijk echter weer verdwijnen. De vrijheid ons leven aan God te binden blijft echter eeuwig en is onvergankelijk. Bij alles wat is gebeurd, hebben wij steeds de vrijheid het geschenk van Jezus, de bevrijding van het knechtschap van de zonde, dankbaar aan te nemen.

U. Hykes