Woord van de week – 31 maart

Voor zondag 31 maart 2019
Ik ben de deur van de schapen, de goede herder Johannes 10:7-21
Kerngedachte: De opdracht van Jezus aan ons luidt: Ken de volken. Kennen heeft ook te maken met begrijpen. Wij ‘insiders’ begrijpen. Maar hoe gaat het dan met de vele ’onwetenden’?

Het is zondagochtend. Ik help mee met het verbreken van het woord. In mijn gemeente zijn mensen op bezoek (naast de gewoon aanwezige gemeenteleden), die geen kerkgangers zijn en waarschijnlijk ook geen christenen. Tijdens mijn preek kijk in naar hen en stel vast aan hun blikken, dat ze niet echt iets met mijn preek kunnen. Na de dienst spreken ze me aan en zeggen: “Dat met die herder en die schapen, wat moet dat, dat is toch niet meer van deze tijd!”

En wat antwoord ik of antwoorden wij?

Deze inleiding is tot nu toe verzonnen. Tijdens het voorbereiden van het woord kwam dit scenario mij echter in gedachten En ik stel mij de vraag: “Hoe kan ik niet gelovige en ver van God gedwaalde mensen dit woord duidelijk maken?” Eerst moeten we ons realiseren, dat in deze tijd het beroep van herder door allerlei omstandigheden een geromantiseerd beroep is geworden.

In de tijd van Jezus was dat anders. Schaapskuddes waren niet (zoals tegenwoordig) alleen zo af en toe in het land te bezichtigen, maar waren voor het grootste deel van de bevolking van levensbelang. De meesten (want ook in Jezus’ tijd waren de rijken in de minderheid) moesten de schapen zelf verzorgen. Schapen hoeden had niets te maken met een enkele herder en verschillende weiden. Vaak werden er meerdere kuddes samengedreven in een schaapskooi. Wilde dieren waren er toen niet alleen in de dierentuin, maar ook gewoon op het land. Omdat het land, waar Jezus woonde, overwegend ‘kaal land’ was, haalden de wilde dieren menige ‘maaltijd’ uit de schaapskudde. Daarbij lieten ze zich ook niet door mensen in de weg staan. Zo heeft menig herder in gevecht met de roofdieren het leven gelaten. Hoe ik daarop kom? Hoe anders kon Jacob overtuigd worden dat zijn zoon Jozef door wilde dieren in stukken was gescheurd? (Genesis 37) Geen beroep voor gemakzuchtige mensen! Precies met dit (voor de toehoorders vertrouwde) beroep vergelijkt Jezus zich: “Ik ben de Herder, Ik ben uw ‘bezitter’. Ik ken de gevaren van mijn beroep en Ik ken uw vijand heel erg goed.”

In het evangelie volgens Johannes vertelt Jezus over een herder en hoe hij omgaat met zijn schapen, met zijn kudde – als het tenminste een goede herder is.

Het eerste waaraan je de goede herder herkent, is dat hij door de deur komt. Wie niet door de deur binnenkomt, moet wel een dief of een bandiet zijn. Een schaapskooi in die tijd, was geen overdekte stal, met een deuropening en een deur daarin. Het was een plek in de open lucht, omringd door een (aarden) wal. En in die wal was een opening uitgespaard, waardoor de schapen naar binnen en buiten gingen. Er is eigenlijk geen deur, maar de herder fungeert als deur.

Johannes 10:9: “ Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden.”

Als de schapen naar binnen gingen, hield de herder zijn stok zodanig in de opening dat er echt maar 1 schaap naar binnen kon. Zo telde hij zijn schapen en wist hij of ze er allemaal waren. Als alle schapen binnen waren, moest er iemand in de opening staan of zitten om te voorkomen dat de schapen uit zichzelf naar buiten zouden gaan. En ’s ochtends ging het weer net zo. De herder laat zijn schapen een voor een naar buiten gaan en ziet of er geen schaap ziek of gewond is.

Het tweede waaraan de goede herder herkend wordt, is dat hij zijn schapen kent en dat zij hem kennen en vertrouwen. En hij kent hen niet alleen, maar ze gaan hem ook ter harte. Er is niet alleen de dreiging van dieven en rovers als de schapen binnen zijn, maar buiten loopt de kudde gevaar door een wolf uiteen gejaagd te worden en is een loslopend schaap een gemakkelijke prooi voor de wolf. Een goede herder gebruikt zijn knots om de wolf te lijf te gaan.

De wolf vertelt ons iets wat we al wisten. Ons leven is niet idyllisch. Het wordt van alle kanten bedreigd. We zijn ziek of zwak, we zijn oud, het leven is ons te zwaar, mensen laten ons in de steek of we raken zelf de weg kwijt. We weten niet precies wie ons trouw blijven. We raken vrienden kwijt. Ieder gaat zijn eigen weg. Wat over blijft is de dreiging, de wolf; ons leven wordt uiteengejaagd en verslonden. Er blijft niets van over. Nu, juist op het moment waarop de wolf in het landschap opduikt, zegt Jezus: “Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen Mij” (Johannes 10:14). Betrokkenheid, liefde is daar waar wij elkaar kennen. Als wij in staat zijn elkaar te kennen, te vragen naar diepste wensen en verlangens, dragen wij elkaar. Dan versterken we elkaar en zijn we opgewassen tegen de dreigingen. Ontrouw, verlorenheid en eenzaamheid beginnen waar wij niet gekend worden of niet in staat zijn naar de ander te vragen. Waar mensen niet kunnen zijn wie ze zijn.

Niets is beter of heilzamer, dan dat iemand mij kent zoals ik ben en mij aanvaardt. Zelfs met alles wat ik van mijzelf moeilijk kan aanvaarden. Maar een ingehuurde herder gaat zelf op de vlucht. Hij bekommert zich meer om zichzelf dan om de schapen. De goede herder is zelfs bereid zijn eigen leven te geven voor de schapen. Zo wil de goede herder niets liever dan dat het zijn schapen goed gaat. Dat ze veilig zijn als ze de schaapskooi in gaan en zich beschermd weten als ze weer naar buiten gaan. En daar buiten zoekt de goede herder de beste weidegrond voor ze.

 

En wie tot Mij behoort, kent mijn stem.

Zoals al eerder geschreven, werden verschillende kuddes in een schaapskooi ondergebracht. Als de herder dan verder wilde trekken, riep hij zijn schapen en die onderscheidden zich dan van de anderen en gingen met hun herder mee. Het volgende geldt ook tegenwoordig: de schapen vertrouwden hun herders, omdat ze wisten dat hij hen alleen op de goede weides bracht. Sterker nog, hij stond met zijn eigen leven voor hen in.

Deze Herder heeft zijn zege op de vijand al genomen – op Golgota. Hij zegt: ”Ik leef en u zult ook leven”.

En nu? Beslis zelf maar: is het woord van de Herder aan tijd gebonden? Zegt het mij tegenwoordig nog wat? Is het actueel?

Uit dit woord ontstaat een belangrijke levensvraag voor ons: wilt u niet alleen een schaap zijn, maar wilt u ZIJN schaap zijn?

Al deze ‘Ik ben’ – woorden van Jezus zijn ook tegenwoordig geldig.

Dus, waar wacht u nog op?!

Ik wens voor alle dienaren, dat de Heilige Geest hen vandaag zo vervult dat ook de ‘vreemdeling in het huis van God’ hen zal begrijpen.

O. van Meegen