Woord van de week – 7 juli

Voor zondag 7 juli 2019
 

Dichtbij God te zijn is mijn geluk Filippenzen 4:10-13(20)

Dankbetuiging

10De Heer heeft mij veel vreugde gegeven nu u eindelijk uw zorg voor mij hebt kunnen tonen. U dacht altijd al aan mij, maar vond niet de gelegenheid het te laten zien. 11Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijd; ik heb geleerd om in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen. 12Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek. 13Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.

20Aan onze God en Vader komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen.

Kerngedachte: God is de oorsprong en het fundament van alle goede gaven. Als wij dat voor onszelf beseffen, gaat de eer, onze dienst en al onze dank alleen naar Hem uit.

Paulus heeft van de gemeente in Filippi concrete hulp ondervonden. Het is mogelijk, dat hij deze gift heeft gebruikt om proceskosten, die hij als Romeins staatsburger zelf moest dragen, te dekken. Hij kan de gift ook gebruikt hebben voor zijn persoonlijk onderhoud tijdens zijn gevangenschap. De brief moest klaarblijkelijk een dankbrief aan de gemeente in Filippi zijn. Paulus heeft dan meteen alles in deze brief opgenomen, wat hij de gemeente voor haar vorming en versterking wilde meedelen. De gemeente heeft er waarschijnlijk op gewacht, dat Paulus hun de ontvangst bevestigt en ervoor bedankt. Hij brengt zijn oprechte blijdschap over het krijgen van deze gift tot uitdrukking. Over de hoogte en omvang van de “gift” is niets bekend, maar die kwam op de juiste tijd. Hij schrijft: “U dacht altijd al aan mij, maar vond niet de gelegenheid het te laten zien.“ (Filippenzen 4:10)

Ook ons overkomt zoiets vaak. De tijd vliegt voorbij, wij wilden toch eigenlijk… Als dan hetgeen wij doen op het juiste moment gebeurt, is dit “toeval” Gods leiding. Hij kan het steeds weer voor elkaar krijgen ons versteld te doen staan. Zo ziet Paulus het ook en hij deelt dit deze gemeente mee. Verder schrijft hij, dat hij bekend is met iedere levenssituatie. Paulus moest leren niet afhankelijk te zijn van een bepaalde levensstijl of -standaard. Wie onafhankelijk is van bepaalde levensstijlen, is vrij. Paulus bedoelt met een noodsituatie niet noodzakelijk de materiële nood met alles wat daarbij hoort. Het gaat hem erom, dat de Filippenzen vanuit hun geloof handelen.

Voor ons betekent dit meer waarde te hechten aan de tijden, waarin het ons zo goed gaat en wij God aan de kant schuiven, omdat wij Hem in dergelijke perioden niet nodig hebben. Paulus kent dat allemaal en weet er alles van, men kan hem niets wijsmaken. Hij legt de vinger erop.

Paulus schrijft in Filippenzen 4:13 : “Ik ben tegen alles bestand door Hem die mij kracht geeft.”

Dat betekent niet, dat God “alleskunners” maakt, die dan ontspannen, gemakkelijk door de landen trekken en het evangelie bekend maken. Nee, Hij schenkt iedereen zijn of haar talent, dat het mogelijk maakt deel te nemen aan het lichaam van Christus. De vereniging van de afzonderlijke ledematen brengt een vitaal goed functionerend lichaam tot stand. God geeft ieder mens de kracht, die hij nodig heeft om zich in alle situaties en fases in zijn leven staande te houden. Hij is de bron van de kracht en de vreugde, Hij wil niet, dat wij falen. Steeds weer opent God mogelijkheden voor ons, waardoor wij de dalen van het leven kunnen overwinnen. Vaak stelt Hij ons daarvoor mensen terzijde. Paulus laat dat deze gemeente zien en ziet hoe zij zich heeft ingespannen hem te helpen. Hij heeft hun datgene gegeven, wat niet met geld te betalen is, de beste boodschap van de wereld. Jezus trekt binnen in ons hart, zijn liefde maakt ons vrij, door Hem weten wij alles gedaan te krijgen. Wij kunnen de vijand in de weg staan. Wij hebben de kracht voor het bouwen van gemeenten, voor het bedrijven van zending. Ons hart ziet de noden van de mensen. In kleine dingen doen de vreugde en dankbaarheid zich voor.

Dichtbij God te zijn is mijn geluk, dat was het thema voor het jaar 2014. Als men het geluk deelt, verdubbelt het zich, zegt de volksmond. Dus zouden er veel gelukkige mensen moeten zijn. Instituten meten de geluksindex, dus zijn er veel gelukkige mensen. Of er iemand op de gedachte is gekomen te vragen naar het geluk in Christus? Want alleen bij Jezus ervaren wij bestendige geluksgevoelens, al het andere is meestal van korte duur en vergankelijk. In de sleur van het dagelijks leven vergeten wij heel snel hoe goed het ons gaat. Beelden van noodlijdenden in Afrika of Azië, vluchtelingen uit Syrië en andere catastrofes laten ons de realiteit van de wereld zien. En toch weigeren wij onderdak te bieden. Ook na 2000 jaren moeten wij steeds weer opnieuw leren de Heiland binnen te laten.

We hebben nu dezelfde opdracht als destijds:

Ga uit in de wereld en verkondig de naam van Hem, die jullie heeft gezonden.

“Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.“ (Matteüs 25:40)

Als wij dat doen, zullen wij het echte geluk vinden.

E. Heckmann