Woord van de week – 8 september

Voor zondag 8 september 2019
 

God verzorgt zijn volk Exodus 16:2-3 en 11-18

2-3Daar in de woestijn begon het volk zich opnieuw te beklagen. ‘Had de HEER ons maar laten sterven in Egypte,’ zeiden ze tegen Mozes en Aäron. ‘Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten. U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht om ons hier allemaal van honger te laten omkomen.’

11De HEER zei tegen Mozes: 12‘Ik heb gehoord hoe de Israëlieten zich beklagen. Zeg tegen hen: “Wanneer de avond valt zullen jullie vlees eten, en morgenochtend brood in overvloed. Dan zullen jullie inzien dat Ik, de HEER, jullie God ben.”’

13Diezelfde avond kwamen er grote zwermen kwartels aangevlogen, die in het kamp neerstreken, en de volgende morgen lag er overal rond het kamp dauw. 14Toen de dauw opgetrokken was, bleek de woestijn bedekt met een fijn, schilferachtig laagje, alsof er rijp op de aarde lag. 15‘Wat is dat?’ vroegen de Israëlieten elkaar toen ze het zagen; ze begrepen niet wat het was. Mozes zei tegen hen: ‘Dat is het brood dat de HEER u te eten geeft. 16De HEER heeft bepaald dat ieder ervan kan verzamelen wat hij nodig heeft. Iedereen mag er één omer van nemen voor elke persoon die bij hem in de tent woont.’ 17De Israëlieten deden dat. De een verzamelde veel, de ander weinig. 18Toen ze het namaten, hadden zij die veel verzameld hadden niet meer dan een omer, en zij die weinig verzameld hadden niet minder, terwijl toch iedereen zo veel had genomen als hij nodig had.

Kerngedachte:God is altijd degene, die handelt. Hij wil alle volken van de wereld voor zich winnen en heeft één volk uitverkoren, dat Hij zijn reddende liefde openbaart. Hij verzorgt zijn volk en allen, die zich door Hem laten verzorgen. Dat geldt voor alle tijden.

Ons Bijbelwoord begint met de vergeetachtigheid van ons mensen. In Egypte waren de Israëlieten slaven, die zo hard moesten werken, dat ze schreeuwden tot God. Maar wat hadden ze daarvan onthouden?: “Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten.” Het verleden wordt verheerlijkt, het slechte wordt vergeten. Het kan ook een zegen zijn het slechte te vergeten, maar het is verkeerd als dat tot ondankbaarheid jegens God leidt en tot het vergeten van hetgeen God voor ons gedaan heeft.

Want God verzorgt zijn volk, zowel toen als nu….. God geeft wat wij nodig hebben om te kunnen leven, maar één ding is daarbij duidelijk: we moeten het zelf oprapen. Dat is ook een beeld voor ons geloof. God heeft redding gegeven in Jezus Christus en nu is het onze zaak die te vergaren en voor onszelf op te eisen.

Twee voorbeelden mogen dat verduidelijken. Het manna, het brood uit de hemel, kan vergeleken worden met twee dingen: met het lezen in de Bijbel en met het avondmaal. Wat heeft het manna te maken met het lezen in de Bijbel? Niemand was verplicht manna te gaan verzamelen. Ieder kon dat voor zichzelf beslissen. Men kon ook een dag overslaan. God zorgde er echter voor, dat er voor ieder genoeg was. Zo is het ook met het lezen in de Bijbel. Niemand dwingt ons om te lezen, wij mogen echter het woord van God nemen en lezen. Het is aan ons hoe vaak wij dat doen. Het aanbod is steeds voorhanden, wij hebben een Bijbel thuis en kunnen die elk ogenblik openslaan.

Permanent afzien van manna zou een grove lichtzinnigheid zijn en tot ernstige tekorten voor het lichaam en dan tot de dood leiden. Wie geheel afziet van het woord Gods mist het fundament voor het geloof. Zonder de regelmatige verzorging met het woord Gods wordt de geestelijke mens zwak en diens geloof sterft af.

De innerlijke en uiterlijke nood van de mensen is voor God niet verborgen. Hij hoort zowel ons gejuich als ons beklag en handelt met het oog daarop. Degenen, die trouw zijn, komt hij vriendelijk tegemoet door hen in het leven en in het geloof te helpen. God spreekt en handelt middenin de hoogte- en dieptepunten in ons leven. En dan kan het juist door het lezen in de Bijbel zo zijn, dat wij precieze antwoorden krijgen op onze vragen.

In de woestijn lag ’s morgens het manna klaar. In de hitte van de middag was het onbruikbaar geworden. Dat is een beeld voor de speciale kans het woord Gods ’s morgens tot ons te nemen. Beletten de stress en de jachtigheid van onze dag ons niet dikwijls een gemiste Bijbellezing later op de dag in te halen?

Het is met het lezen in de Bijbel net zoals met het eten: wij kunnen ons niet voor meerdere dagen vooruit verzadigen. Ook goede Bijbelse voeding moet in juiste porties verdeeld en bij voorkeur vers worden gegeten. Hier houdt tevens de draagkracht van het vergelijken op. Ik geloof namelijk niet, dat voor het lezen van de Bijbel de zondag zou moeten worden uitgezonderd. Veel lezers van de Bijbel laten dit juist op zondag achterwege met het excuus, dat zij Gods woord dan al in de prediking horen. Maar juist op deze dag hebben de meesten van ons de tijd in alle rust, zonder tijdsdruk en storing, het lezen van de Bijbel te beleven.

Een ieder had genoeg, behalve als hij niets verzameld (opgeraapt) had. Ik geloof, dat de regelmatige omgang met het woord Gods ons dankbaarder laat zijn. Ons leven vindt de juiste wegen en relaties.

Gods maatstaven nemen ook de ontevredenheid van ons weg en leren ons, dat alles wat wij zijn en hebben van Hem komt.

Zo zien wij, dat wij ook nu nog het manna, het brood uit de hemel, kunnen krijgen. Het ligt echter niet meer op de grond, maar is te vinden in de Bijbel.

Wij hebben nu nog een andere mogelijkheid het “brood uit de hemel” te ervaren. Jezus vergelijkt zichzelf met het “brood des levens”. Zoals in de woestijn het manna het brood des levens voor Israël was, zo is het heilig avondmaal het geestelijke brood in ons leven.

Tegen de Israëlieten werd toentertijd gezegd: “Dat is het brood dat de Heer u te eten geeft.” Bij de viering van het avondmaal horen wij steeds weer de woorden: “Lichaam en bloed van Jezus Christus voor u gegeven”. Toen was het het brood om te overleven in de woestijn, nu is het het brood voor het overleven van ons geloof. Toen moesten de Israëlieten het brood oprapen om deze voor hen voor het overleven noodzakelijke versterking te krijgen. Voor ons is Jezus Christus nu het brood des levens – het manna. Wij mogen aan het avondmaal komen en ons steeds weer van deze versterking verzekeren.

Wat is het avondmaal?

  • Een maaltijd van herinnering: tegen de vergeetachtigheid van ons mensen, tegen het vergeten van hetgeen Christus voor ons gedaan heeft;
  • Een maaltijd van vreugde: God heeft ons door zijn vergeving gerechtigheid bereid en schenkt ons hoop, die over de dood heen reikt;
  • Een maaltijd van dankbaarheid: wij mogen God daarin loven en danken; een maaltijd van de gemeenschap: wij ervaren gemeenschap met God en met elkaar.

In de woestijn kreeg een ieder wat hij nodig had. Bij het avondmaal krijgt ieder, die eraan deelneemt, de troost en bemoediging, die hij /zij nodig heeft. Ieder krijgt genoeg; dat is goddelijke wiskunde! Twee dingen zijn voor ons nu het manna: Bijbellezen en het avondmaal. Wij zullen dat zelf moeten oprapen en tot ons nemen. Dan ervaren wij de belofte, die God ons hier geeft: “Dan zullen jullie inzien dat Ik, de Heer, jullie God ben.” Beloofd is beloofd! God houdt zijn woord. S. Amann